Je toevertrouwen aan Gods genade

 

IMG 2836-detail MediumIn uitzichtloze situaties werd vroeger gemakkelijk gezegd: ’Vertrouw je maar aan God toe, Hij zal voor je zorgen’. Kritische stemmen roepen daarom in navolging van Karl Marx (1818-1883) al eeuwen lang: ‘Godsdienst is opium voor het volk’. Je wordt erdoor verdoofd of verdooft jezelf. Hebben ze gelijk? Ja, als zulke woorden clichématig, oppervlakkig uitgesproken worden zonder daadwerkelijk iets te doen aan de ellende van mensen en zonder enige peiling naar de diepte van hun beleving.

Daarom is de titel van mijn overweging riskant. Ik kies hem bewust maar dan vanuit de uitdrukkelijke intentie beroerde situaties van mensen werkelijk serieus te nemen. Willen de woorden ‘Je toevertrouwen aan Gods genade’ enige realiteitszin krijgen, dan dient de spreker de machteloosheid in de diepte doorleefd te hebben. Wil je de onvoorstelbare dynamiek van Pasen enigszins verstaan en van binnenuit opengaan voor de ondoorgrondelijke God, dan zul je de machteloosheid die je treft, moeten durven doormaken. Alleen zo kom je tot een authentieke paaservaring en een authentieke paasverkondiging.

 

 

Door Piet Stevens

 

 


 

‘Als niets helpt…’

JobJaren geleden las ik het boek van de zenleraar professor Ton Lathouwers Meer dan een mens kan doen. Zentoespraken (Nieuwerkerk a/d IJssel 2000). Hij bespreekt de intrigerende vraag: ‘Als al ons handelen faalt: wat gaan we dan doen? (…). Als er geen enkele weg naar een uitkomst is, wat doe je dan?’ (p. 180). Een ervaring die menigeen doormaakt. De schrijver zegt: ‘Het is in elk opzicht ook mijn eigen ervaring, het verhaal van mijn leven. En toch is daar tegelijkertijd die andere kant: dat er grenzeloos vertrouwen kan zijn, dat het leven zelf onbegrensd vertrouwen is, onbegrensde openheid’. Het is een ‘basisintuïtie van het leven’, ‘een paradoxaal inzicht’. ‘Het behoort niet uitsluitend tot de wereld van denken, maar is in de eerste plaats een levende ervaring, die ongeconditioneerd is en overal en altijd kan plaatsvinden (…) de mogelijkheid om in het hart geraakt te worden’ (p. 39). Maar voor het zover is, staan we zoals hij zegt, voor de opgave ‘om bij de vraag te blijven. Wij moeten toestaan dat wij in en door de vraag ontzet worden tot in ons gebeente, zoals de psalmist zegt, tot ons hart geworden lijkt als was, tot het gesmolten lijkt in ons bekken. Juist daar en alleen daar opent zich een volkomen nieuw perspectief dat alles en iedereen omvat en optilt uit alle schijnzekerheden, uit alle beelden van een mechanische ontwikkeling van verleden via heden naar toekomst, van oorzaak naar gevolg’ (p. 180). Hij doelt op Psalm 22, 15: ‘Als water ben ik uitgegoten, mijn gebeente valt uiteen, mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf’. Wat kan er namelijk gebeuren in de ervaring van totale machteloosheid? ‘Als Job tot in elke vezel van zijn ziel beseft dat niets meer mogelijk is, in die totale ontzetting, precies daar gebeurt het onmogelijke wonder. In die godverlaten wanhoop worden in de mens de diepste krachten vrijgemaakt. Door wie? Door wat? Niet door eigen inspanning, niet door eigen moed of opoffering, maar door iets diepers dat wij enkel zouden verkleinen door het te verwoorden. Noem het geloof, noem het genade, noem het hoop, verlossing, verlichting. Maar bedenk daarbij, dat wat hier gebeurt van een totaal andere orde is dan alles wat wij doorgaans onder deze woorden verstaan’ (p. 184). Rabbi Nachman van Bratislava (1771-1810) zegt: ‘Geen hart is zo heel als een gebroken hart’. De Jood Elie Wiesel parafraseert: ‘Geen geloof is zo zuiver als een gebroken geloof’ (Lathouwers p. 187).

 

 


 

‘Opeens zei ik ja’

Zonnestraling-wolken-lichtstralen 540Lathouwers spreekt over ‘een levende ervaring, die ongeconditioneerd is’, ‘de mogelijkheid om in het hart geraakt te worden’. Ik zie haar uitgetekend bij de man die van 1953 tot zijn dood secretaris generaal van de Verenigde Naties was: Dag Hammarskjöld (1905-1961). Op Pinksteren 1961 schrijft hij in zijn dagboek Merkstenen (Nijmegen 1983, p. 148): ‘Ik weet niet wie – of wat – de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar opeens zei ik ja tegen iemand – of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft. Vanaf dat moment heb ik geweten wat het zeggen wil, niet óm te zien, of: zich niet te bekommeren om de dag van morgen’. Een bijzondere ervaring: tegelijk kiezen en gekozen worden, kiezen in ontvankelijkheid voor wie of wat. Lathouwers zegt hierover: ‘Dat ja, al net zo diep als het onbepaald is, blijft resoneren, doet zijn transformerend werk in zijn hele verder leven. Maar het is allerminst zo dat daardoor meer klaarheid geschapen wordt over die innerlijke verandering, of dat die klaarheid als doel nagestreefd kan worden. Dat ongrijpbare ja was Hammarskjöld aan antwoord genoeg. Hij ontdekte dat er vanuit een totaal andere, totaal onverwachte hoek iets is, dat ik niet kan oproepen, dat ik niet over me kan afroepen, dat totaal onafhankelijk blijft van welke voorbereiding dan ook, die ik daartoe getroffen zou hebben’ (p. 114). Op 17 september 1961 komt Hammarskjöld om bij een duister vliegtuigongeval in Rodesië (het huidige Zambia). Je kunt je toevertrouwen maar het kan je je leven kosten.

 

 


 

‘Aan Gods genade toevertrouwd’

IMG 3738 SmallDeze ervaring van diepte, tegelijk dit besef van geroepen te worden door de niet te traceren Stem in de weerbarstige werkelijkheid van het bestaan herken ik in Handelingen van apostelen. Lucas schrijft over de gemeente van Antiochië in Syrië waar meerdere profeten en leraren zijn. Dan staat er: ‘Terwijl dezen eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest: “Zondert mij Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe ik hen heb geroepen”. Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken. Aldus door de heilige Geest uitgezonden, gingen zij naar Seleucië en voeren naar Cyprus’ (Hand 13, 1-4). Later horen we: Paulus en Barnabas ‘stelden in elke gemeente na gebed en vasten oudsten voor hen aan en vertrouwden hen toe aan de Heer in wie zij nu geloofden’ (Hand 14, 23). Voor de leiders van de plaatselijke gemeenten in Klein-Azië doen zij hetzelfde als de gemeente in Antiochië tevoren voor hen gedaan heeft. Er staat: ‘Zij gingen scheep naar Antiochië vanwaar zij, aan Gods genade toevertrouwd, vertrokken waren naar het werk dat zij volbracht hadden (Hand 14, 26). Lucas maakt duidelijk: als je leider wordt in een gemeente van christenen, word je toevertrouwd aan de Heer Jezus Christus, aan Gods genade. Paulus en Barnabas beseffen dat. Terug in Antiochië ‘riepen zij de gemeente bijeen en vertelden zij alles wat God met hun medewerking tot stand had gebracht en hoe Hij voor de heidenen de poort van het geloof had geopend’. Ervaring van genade in het volbrengen van je opdracht door alle tegenslagen heen. De dynamiek in het leven van de leerlingen is Gods gratuite, werkdadige nabijheid: zij koersen op de Geest die hen beweegt. Door die dynamiek in hun verlangen gaan zij op weg. Niet wetend wat zij zullen meemaken, zeggen zij ja zoals Hammarskjöld.

 

 


 

‘Zie, Ik maak alles nieuw’

Witte donderdagDe mysticus Bernardus van Clairvaux (1090-1153) overwoog steeds ‘God is altijd de eerste’ (1 Jo 4, 10). De liefde van God gaat vooraf aan mijn liefde en inzet. Waar ik ook kom, steeds tref ik een situatie aan waarin Gods liefde al werkzaam is. Zo doet elke situatie een beroep op mij en maakt het mij mogelijk om goed te doen. Dit te mogen ontdekken schept vreugde en maakt hoopvol. Zo ziet de ziener in de Apocalyps ‘de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen’ (Apoc 21, 2): geschonken, vooraf aan het werk van mensen. Dit is besef van genade, van bemind en gedragen worden, hoe of waar dan ook. Je staat er versteld van. De Apocalyps is het troostboek van de martelarenkerk. Christengemeenten worden vervolgd. De auteur ontvouwt een perspectief om hen te bemoedigen en te doen standhouden in de verdrukking. De scheppende en herscheppende kracht van God die in het Pasen van Jezus’ lijden, sterven, verrijzen en Geest schenken ten volle manifest geworden is (Hebr 9, 14; Rom 8, 11), staat altijd voorop en gaat vooraf aan onze inzet. ‘Zie, Ik maak alles nieuw’, klinkt vanaf de troon van God (Apoc 21, 5). Een wenkend perspectief, tegelijk een indringend appel dat ons verlokken wil om ons toe te vertrouwen aan Gods genade midden in de bedreigende situatie waarin wij verkeren. De Apocalyps reikt ons aan wat Lathouwers noemt een ‘basisintuïtie van het leven’, ‘een paradoxaal inzicht’, ‘een levende ervaring, die ongeconditioneerd is’. Als je ervoor opengaat ontstaat ‘de mogelijkheid om in het hart geraakt te worden’. Maar nooit zonder de verscheurende ervaring van Psalm 22, 15: ‘Als water ben ik uitgegoten, mijn gebeente valt uiteen, mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf’.

 

 


 

Je kunt ontwaken tot een besef van genade

IMG 5879verklWat ga je doen als je totaal machteloos bent? Lathouwers geeft tenslotte een getuigenis van zijn paasvertrouwen: ‘Je kunt geen einde aan alle lijden maken en toch kun je niet ophouden met dit te proberen. En wanneer je dat doet ontdek je, op het diepste punt van je totale onvermogen, dat er genade bestaat en dat jij niet degene bent die het doet. Daar wordt het hart vermorzeld (…) Daar begint het scheppende fiat. Daar kan alles opnieuw geschapen en ontvangen worden, maar nu als genade. Want het is meer dan een mens kan doen. Ja, alle lijden blijft bestaan, tot in zijn meest verschrikkelijke vormen toe. Maar meteen is daar als door een wonder ook het besef dat er iets oneindig veel diepers is, waardoor overgave en – in die overgave – herschepping kunnen plaatsvinden, en alle dingen heel worden, opnieuw geschapen worden. Opnieuw geschapen worden: dat is voor mij de betekenis van Pasen. Er heeft een fundamentele verandering plaatsgevonden. Goede Vrijdag blijft en zal voortduren tot het einde der tijden, zoals de Franse wiskundige Blaise Pascal (1623-1662) ons dat voorhoudt. Maar tegelijk is dat gruwelijke lijden van verleden, heden en toekomst nu ingevouwen in een nog groter mysterie: in het Paasgebeuren van opstanding, licht en vreugde, in iets wat ik niet kan uitdrukken. Dit vertrouwen is voor mij een zekerheid geworden en geeft mij kracht om door te gaan, om elke dag weer het leven en de dingen van alledag op te nemen’ (p. 204-205).

 

 


 

Je kunt je toevertrouwen … en liefhebben

IMG 5602In het aardedonker van lijden en sterven laat Jezus zich los en vertrouwt hij zich toe aan de genade van zijn Vader (Lc 23, 46). Hij wordt door zijn Vader ten volle aanvaard, tot leven gewekt. Het Pasen van Jezus getuigt ‘dat er grenzeloos vertrouwen kan zijn, dat het leven zelf onbegrensd vertrouwen is, onbegrensde openheid’. Vanuit dit tot op de bodem doorleefde vertrouwen, die ondervonden liefde geeft Jezus ons ‘een nieuw gebod: zoals ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben’ (Jo 13, 34). Goed doen, je engageren voor een medemens hoe beroerd de situatie ook is, dat kun je en moet je doen zoals en omdat jijzelf steeds bemind wordt, al ervaar je het meestal pas achteraf. Pas als je werkelijk door je eigen bodem heen gezakt bent, groeit een basisvertrouwen dat bergen verzet (Mt 17, 20). Moge zo ons hart geraakt worden in de vaak onbegrijpelijke doolhof van het leven. De grootste nederlaag in het leven is niet dat je de dood niet kunt tegenhouden en sterft, maar het onvermogen om te vertrouwen, om je toe te vertrouwen, en dus om lief te hebben.

 

 

Zoeken