Je toevertrouwen aan Gods genade

 

‘Zie, Ik maak alles nieuw’

Witte donderdagDe mysticus Bernardus van Clairvaux (1090-1153) overwoog steeds ‘God is altijd de eerste’ (1 Jo 4, 10). De liefde van God gaat vooraf aan mijn liefde en inzet. Waar ik ook kom, steeds tref ik een situatie aan waarin Gods liefde al werkzaam is. Zo doet elke situatie een beroep op mij en maakt het mij mogelijk om goed te doen. Dit te mogen ontdekken schept vreugde en maakt hoopvol. Zo ziet de ziener in de Apocalyps ‘de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen’ (Apoc 21, 2): geschonken, vooraf aan het werk van mensen. Dit is besef van genade, van bemind en gedragen worden, hoe of waar dan ook. Je staat er versteld van. De Apocalyps is het troostboek van de martelarenkerk. Christengemeenten worden vervolgd. De auteur ontvouwt een perspectief om hen te bemoedigen en te doen standhouden in de verdrukking. De scheppende en herscheppende kracht van God die in het Pasen van Jezus’ lijden, sterven, verrijzen en Geest schenken ten volle manifest geworden is (Hebr 9, 14; Rom 8, 11), staat altijd voorop en gaat vooraf aan onze inzet. ‘Zie, Ik maak alles nieuw’, klinkt vanaf de troon van God (Apoc 21, 5). Een wenkend perspectief, tegelijk een indringend appel dat ons verlokken wil om ons toe te vertrouwen aan Gods genade midden in de bedreigende situatie waarin wij verkeren. De Apocalyps reikt ons aan wat Lathouwers noemt een ‘basisintuïtie van het leven’, ‘een paradoxaal inzicht’, ‘een levende ervaring, die ongeconditioneerd is’. Als je ervoor opengaat ontstaat ‘de mogelijkheid om in het hart geraakt te worden’. Maar nooit zonder de verscheurende ervaring van Psalm 22, 15: ‘Als water ben ik uitgegoten, mijn gebeente valt uiteen, mijn hart is als was, het smelt in mijn lijf’.

 

 

Zoeken