Bezinning bij het Paastriduüm 2015

Witte donderdag   Goede vrijdag   Pasen

 

Het Paastriduüm is bij uitstek een moment in het jaar
om wat rust en bezinning in te bouwen.

Graag bieden wij u voor deze 3 heilige dagen bezinningen aan
die ons Prof. P. Stevens aangereikt heeft.

 

Wij wensen u een goede tijd...

 

 

 

 

 

 

 

Witte Donderdag 2015

 

OPGENOMEN IN JEZUS DE CHRISTUS

 

Witte donderdagIn de eucharistie bidden wij na het eucharistisch gebed het Gebed des Heren, het Onze Vader. Ik vraag me af: waarom staat dit gebed op die plaats? Wat spreken we daarin uit? Er zijn vele vormen van bidden, de eucharistie is de voornaamste. Daarin vieren we de kern van ons leven: we zijn een gemeenschap waarvan Jezus het middelpunt is. In Woord en tekenen komt hij tot ons om ons op te nemen in zijn communio met de Vader. In de Dienst van het Woord luisteren we naar Gods Woord in de Bijbel en nemen het in ons op zodat het klinkt in ons hart en vruchtbaar in ons kan worden. We roepen ons antwoord in de geloofsbelijdenis en voorbeden. Dan volgt de Dienst van de eucharistische tafel. Dankend en prijzend staan we voor het aanschijn van de Vader. Wij vieren Jezus’ presentie: zijn sterven, verrijzen en Geest schenken. Bewogen door de Geest (Hebr 9, 14) geeft hij zich totaal in de handen van zijn Vader (Lc 23, 46) omwille van ons en wordt hij door de Vader in de kracht van de Geest uit de dood tot leven geroepen (Rom 8, 11) om ons zijn Geest te schenken. Dat is zijn eeuwige existentie. Het Paasgebeuren is een Geestgebeuren. Het eucharistisch gebed eindigt met de doxologie: ‘Door hem en met hem en in hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen’. In de eenheid van de heilige Geest betekent: in de eenheid die de heilige Geest is. De eucharistie, viering van de kern van ons leven, is een trinitair mysterie: gericht op de Vader, door, met en in de Zoon dankzij de Geest die de eenheid is van de Vader en de Zoon.

Na de doxologie volgt het Gebed des Heren. Ook dit gebed bidden wij door Christus en met hem en in hem in de eenheid die de heilige Geest is. Het Gebed des Heren wordt ons aangereikt door Matteüs (6, 9-13) en Lucas (11, 2-4) en door Johannes breed uitgewerkt in wat genoemd wordt het hogepriesterlijk gebed (Jo 17). We roepen: ‘Gij onze Vader in de hemel’. Dit is ons antwoord als wij opgenomen in Jezus, zijn Geest in ons alle ruimte geven. In dit gebed geven ook wij ons bewogen door Christus’ Geest onvoorwaardelijk in de handen van de Vader. Wij smeken dat uw Naam, uw bevrijdende tegenwoordigheid geheiligd, erkend, geëerbiedigd worde. Dat uw Koninkrijk moge komen: dat het leven van mensen geleid moge worden door Jezus de Christus, de Koning. Dat uw wil, Vader, door ons gedaan worde. Wij kunnen dit enkel en alleen als U ons zoveel brood, zoveel voedsel geeft als nodig is om deze dag te leven en te delen met elkaar. Ons bewust van onze schuld smeken we U om vergeving en zeggen dat ook wij onze medemensen vergeven. De macht van het kwaad bedreigt ons echter altijd en daarom vragen wij U om in de beproeving niet af te wijken van de weg van Jezus en steeds meer van het kwaad verlost te mogen worden.

In dit gebed komt heel ons leven aan bod: geleid door de Geest leven in Christus. Dit is ons antwoord op wat we in het eucharistisch gebed in symbolen gevierd hebben. Die symbolen, de tekenen van de verrezen Gekruisigde, nemen we in ons op in de communie. Of beter, in die symbolen neemt Jezus de Christus ons in zich op. Wij ontvangen zijn Lichaam en Bloed om zelf een bescheiden gestalte te worden van hem: zijn lichaam in deze wereld (1Kor 12, 27). Het komen van de verrezen Gekruisigde is een omvormend gebeuren dat mogelijk is als we ons door zijn Geest laten bewegen, levend voor het aanschijn van de Vader en van harte bereid ons in te zetten voor onze medemens. De eucharistie is de generale repetitie voor ons sterven, een inoefening. Dan is onze opgave ons totaal over te geven in de handen van onze Vader om in Christus door het vuur van de Geest gelouterd en getransformeerd te worden tot een nieuwe mens die lijkt op Jezus de Christus (Rom 8, 29).

 

P. Stevens.

 

 


 

 

 

Goede Vrijdag 2015

 

JEZUS DE DEUR NAAR HET LEVEN

 

Goede vrijdagJaren geleden was ik met een vriend in Frankrijk. We wilden een oud Romaans dorpskerkje bezoeken. Het was een eind lopen om er te komen en bergop. Eenmaal aangekomen stonden we voor de gesloten deur. Eerst was er niemand te bekennen. Toen zagen we een oude vrouw die bezig was de kippen te voeren. We vroegen haar of we de kerk konden bezoeken. ‘Ja’, zei ze, ‘dan moet u daar enkele huizen verder aanbellen. Daar woont de koster. Die heeft de sleutel’. Gelukkig. Anders was de tocht naar boven voor niets geweest. Het is niet plezierig als je bij een kerk voor een gesloten deur komt te staan.

Wie opent voor mij de deur zodat ik de kerk kan binnengaan? Kerk is niet enkel een stenen gebouw, maar vóór alles de gemeenschap van de gedoopten. Wat betekent die gemeenschap? Sinds 20 eeuwen wordt gezegd dat je daar Jezus de Christus ontmoeten kunt. Is dat zo? Kan ik hem daar ontmoeten? Maar waarom wil ik hem ontmoeten? Op die vraag antwoordt het evangelie van Johannes (10, 1-10). Sleutelwoord is de deur. Jezus vertelt over de deur naar de schaapskooi. De herder gaat binnen door de deur, niet langs een andere kant. Dat doen dieven en rovers. Die komen alleen maar om te slachten en te vernietigen. Een scherp, polemisch woord dat past in de tijd dat de jonge groep christenen haar plek moet vinden naast de joodse gelovigen die in Jezus niet de Messias kunnen zien. We zijn geneigd te denken dat het over alle Joden gaat. Dat is onjuist. Er voltrekt zich een scheiding (schisma) tussen joodse gelovigen onderling (Jo 9, 16; 10, 19). Jezus’ eerste leerlingen zijn immers Joden. Een bijzondere uitbeelding hiervan geeft het verhaal van de jongen die blind is vanaf zijn geboorte en dankzij Jezus gaat zien. Of beter, die nieuw zicht krijgt op JHWH de God van Israël (Jo 9) dankzij de Messias Jezus. Tot ergernis van de Farizeeën (Jo 9, 15-34).
Alleen wie door de deur binnengaat, is de herder. Naar hem luisteren de schapen. Een vreemde volgen ze niet. Ze vluchten van hem weg omdat ze zijn stem niet kennen. De Farizeeën (Jo 9, 40) verstaan de gelijkenis niet (Jo 10, 6), hoewel het over hen gaat. Dan komt het grote woord: ‘Ik ben de deur van de schapen’ (Jo 10, 7.9): de deur, van God uit geopend door de zending van de Zoon die zich om ons aan zijn Vader geeft. Zo roept Jezus: ‘Ik zoek niet mijn eigen wil, maar de wil van Hem die mij zond’ (Jo 5, 31). ‘Hierom heeft de Vader mij lief omdat ik mijn leven geef om het later weer op te nemen’ (Jo 10, 17). Daarom bidt hij: ‘Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, ik heb u erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij mij gezonden hebt’ (Jo 17, 25). Daarom: ‘Ik, de Gezondene, ben de deur’: van de Vader naar jullie en van jullie naar de Vader toe. Als je door mij binnengaat, dus gaat leven zoals ik, word je gered. Door mij ga je naar binnen om tot rust te komen, naar buiten om weide te vinden. ‘Naar een wijd land deed Hij (JHWH) mij uitgaan’ (Ps 18, 20).

Dankzij de koster ging in dat Franse bergdorpje de kerk voor ons open. We bleven een uur, zaten even om uit te rusten en liepen daarna stil rond door de donkere ruimte met indrukwekkende gewelven, oude beelden en schilderingen. Wij ademden de sfeer in van een eeuwenoud Godshuis, een weldadige ruimte die ons God nabij bracht. Is dat oude kerkje een beeld van wat wij als kerk in de samenleving mogen zijn? Wij zijn een ruimte waar ieder die op zoek is, Jezus moet kunnen vinden, de deur naar leven in overvloed (Jo 10, 10). Gelukkig als er mensen zijn die de weg wijzen. Mensen die eerlijk liefhebben, bidden en sterven zoals Jezus de Christus. Zij proberen van dag tot dag in de wisselende levensfasen hun hart af te stemmen op het wenken van de heilige Geest diep in hen. Wat is het spijtig als mensen bij de kerk, dus bij ons, voor een gesloten deur zouden komen.

 

P. Stevens.

 

 


 

 

 

Paaszaterdag 2015

 

LEVEND DOOR GODS GEEST

 

PasenWat doet het meeste pijn als je man je ontvalt? Dat hij voorgoed weg is of je onmacht dat je nu niets meer voor hem doen kunt? Mogelijk het laatste. Je bent tot het uiterste gegaan en hebt trouw voor hem gezorgd. Nu wandel je het hospice uit. Met een verward gevoel: gelukkig dat aan de lijdensweg een eind gekomen is en tegelijk heel verdrietig. Je man is aan het eind van zijn krachten gekomen maar jij ook. Nu rest je enkel een graf waar hij wordt neergelegd, of een kruik met as die bewaard of uitgestrooid wordt. Voortaan leef je van herinneringen. Maar dat is te weinig. Vragen gaan door je heen: Jan, waar ben je nu? Ik wil je weer zien en voor je zorgen. Maar ik kan het niet. Ik moet je loslaten. Ik stoot tegen grenzen die niet wijken. Hoe vind ik de kracht om verder te gaan? Hoe opstaan uit die onmacht? Dat kan niemand me zeggen, hoezeer mensen me ook willen troosten. Toch weet ik iets. Ik maak anderen mee die hetzelfde overkomen is. Die hebben vaak, ieder op eigen wijze, een weg gevonden om verder te gaan. Er gaat in mensen een kracht schuil, sterker dan de dood. Waar komt die kracht vandaan? Ik weet het niet maar zie het om me heen. Is het de kracht in wie achterblijven of ook in hen die sterven? Ik stoot op de vraag: wat is leven? Waardoor besta ik? Waartoe besta ik? Wat is mijn oorsprong, wat mijn vooruitzicht? Is mijn oorsprong misschien ook mijn vooruitzicht? Ingrijpende vragen.

In de paaswake klinkt het lied van de schepping. ‘De aarde was woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods Geest zweefde over de wateren’ (Gen 1, 2 NBV). Die Geest, die Adem doet spreken. Telkens staat er: ‘God sprak’. Scheppend spreken. Alles en allen tot bestaan geroepen, voortkomend uit één en dezelfde Oorsprong die zelf niet te zien is; die schept door zich terug te trekken zoals de aarde verschijnt als de zee zich terugtrekt. Een oersterke intuïtie van joodse gelovigen die wij, christenen, met hen delen. In al wat bestaat is een Kracht die wat doods is teniet doet en heel de kosmos doet bestaan. Goddelijke Kracht. Goddelijke Storm die ook waait in het verhaal van de uittocht: ‘een krachtige oostenwind’, zodat de kinderen van Israël ‘door de zee gaan, over droog land’ (Ex 14, 21-22). Mooie verhalen. Maar meer dan dat. Verhalen die een geloof uitbeelden. Er is een weg om te gaan door het dreigende water. De Storm van JHWH maakt het mogelijk. Een Kracht in mensen die dreigen overweldigd te worden. Exodus, uittocht, een weg naar nieuw leven, vrij, niet meer geknecht door wat of wie dan ook.

Sinds vele eeuwen is het Exodusverhaal het verhaal van de veerkracht van de joodse gemeenschap tot op de huidige dag. Het wordt vaker vergeten. Daarom staan mensen op die het opnieuw in herinnering roepen. Zij komen tot spreken door de goddelijke Adem. Ezechiël is een van hen. Hij roept: ‘Je bent versteend, je hart is van steen geworden, Ik geef je een nieuw hart, een nieuwe Geest zodat je weer hoopvol verder kunt’ (Ez 36, 26-28). Je bent immers geschapen en leeft dankzijde Levensadem van JHWH onze God (Gen 2, 7). Die goddelijke Kracht roert zich in de bedroefde, doodsbange leerlingen van de gestorven rabbi Jezus. Een Kracht in hen, onverwacht, maar dan ook in Jezus, de Geest van JHWH die Jezus en ons uit de dood roept. De Oorsprong, dat wat van God is, de Levensadem blijft ook in ons. De Levende leeft in de levenden. Scheppingsvisie en paasvisie lopen in elkaar over. Deze Geest doet de doden leven in hun Oorsprong. Dezelfde Kracht die ons, achterblijvers, overeind zet. Bijna niet te geloven, maar telkens te ondervinden. Ik wens u van harte een Zalig Paasfeest.

 

P. Stevens.

 

 

 

Zoeken