Bezinning bij het Paastriduüm 2015

 

 

 

Goede Vrijdag 2015

 

JEZUS DE DEUR NAAR HET LEVEN

 

Goede vrijdagJaren geleden was ik met een vriend in Frankrijk. We wilden een oud Romaans dorpskerkje bezoeken. Het was een eind lopen om er te komen en bergop. Eenmaal aangekomen stonden we voor de gesloten deur. Eerst was er niemand te bekennen. Toen zagen we een oude vrouw die bezig was de kippen te voeren. We vroegen haar of we de kerk konden bezoeken. ‘Ja’, zei ze, ‘dan moet u daar enkele huizen verder aanbellen. Daar woont de koster. Die heeft de sleutel’. Gelukkig. Anders was de tocht naar boven voor niets geweest. Het is niet plezierig als je bij een kerk voor een gesloten deur komt te staan.

Wie opent voor mij de deur zodat ik de kerk kan binnengaan? Kerk is niet enkel een stenen gebouw, maar vóór alles de gemeenschap van de gedoopten. Wat betekent die gemeenschap? Sinds 20 eeuwen wordt gezegd dat je daar Jezus de Christus ontmoeten kunt. Is dat zo? Kan ik hem daar ontmoeten? Maar waarom wil ik hem ontmoeten? Op die vraag antwoordt het evangelie van Johannes (10, 1-10). Sleutelwoord is de deur. Jezus vertelt over de deur naar de schaapskooi. De herder gaat binnen door de deur, niet langs een andere kant. Dat doen dieven en rovers. Die komen alleen maar om te slachten en te vernietigen. Een scherp, polemisch woord dat past in de tijd dat de jonge groep christenen haar plek moet vinden naast de joodse gelovigen die in Jezus niet de Messias kunnen zien. We zijn geneigd te denken dat het over alle Joden gaat. Dat is onjuist. Er voltrekt zich een scheiding (schisma) tussen joodse gelovigen onderling (Jo 9, 16; 10, 19). Jezus’ eerste leerlingen zijn immers Joden. Een bijzondere uitbeelding hiervan geeft het verhaal van de jongen die blind is vanaf zijn geboorte en dankzij Jezus gaat zien. Of beter, die nieuw zicht krijgt op JHWH de God van Israël (Jo 9) dankzij de Messias Jezus. Tot ergernis van de Farizeeën (Jo 9, 15-34).
Alleen wie door de deur binnengaat, is de herder. Naar hem luisteren de schapen. Een vreemde volgen ze niet. Ze vluchten van hem weg omdat ze zijn stem niet kennen. De Farizeeën (Jo 9, 40) verstaan de gelijkenis niet (Jo 10, 6), hoewel het over hen gaat. Dan komt het grote woord: ‘Ik ben de deur van de schapen’ (Jo 10, 7.9): de deur, van God uit geopend door de zending van de Zoon die zich om ons aan zijn Vader geeft. Zo roept Jezus: ‘Ik zoek niet mijn eigen wil, maar de wil van Hem die mij zond’ (Jo 5, 31). ‘Hierom heeft de Vader mij lief omdat ik mijn leven geef om het later weer op te nemen’ (Jo 10, 17). Daarom bidt hij: ‘Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, ik heb u erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij mij gezonden hebt’ (Jo 17, 25). Daarom: ‘Ik, de Gezondene, ben de deur’: van de Vader naar jullie en van jullie naar de Vader toe. Als je door mij binnengaat, dus gaat leven zoals ik, word je gered. Door mij ga je naar binnen om tot rust te komen, naar buiten om weide te vinden. ‘Naar een wijd land deed Hij (JHWH) mij uitgaan’ (Ps 18, 20).

Dankzij de koster ging in dat Franse bergdorpje de kerk voor ons open. We bleven een uur, zaten even om uit te rusten en liepen daarna stil rond door de donkere ruimte met indrukwekkende gewelven, oude beelden en schilderingen. Wij ademden de sfeer in van een eeuwenoud Godshuis, een weldadige ruimte die ons God nabij bracht. Is dat oude kerkje een beeld van wat wij als kerk in de samenleving mogen zijn? Wij zijn een ruimte waar ieder die op zoek is, Jezus moet kunnen vinden, de deur naar leven in overvloed (Jo 10, 10). Gelukkig als er mensen zijn die de weg wijzen. Mensen die eerlijk liefhebben, bidden en sterven zoals Jezus de Christus. Zij proberen van dag tot dag in de wisselende levensfasen hun hart af te stemmen op het wenken van de heilige Geest diep in hen. Wat is het spijtig als mensen bij de kerk, dus bij ons, voor een gesloten deur zouden komen.

 

P. Stevens.

 

 

Zoeken