Woord van bezinning in de Vastentijd 2012

Palmpasen_tekeningTegenstelling…

Palmzondag, het begin van de Goede Week. Met Palmzondag zien we een zo groot mogelijk contrast ten opzichte van Goede Vrijdag. Jezus trekt Jeruzalem binnen en het is een dag van grote vreugde! Hij wordt bejubeld en toegejuicht door de mensen. Feestelijk wordt Hij binnengehaald en ze leggen zelfs hun mantels op de weg waarop Jezus voorbij trekt. Hoe anders zal het over een paar dagen gaan op Goede Vrijdag.

Het zijn dezelfde mensen die dan zullen roepen: ‘Kruisig Hem.’ Heden Hosanna, morgen ‘kruisig Hem.’ Het is een contrast die wij in ons eigen leven ook meemaken. Het ene moment in ons leven is een moment van vreugde en plezier, het andere moment van droefheid en pijn. Jezus maakt dit mee in deze Goede Week. Er is geen grotere vreugde te bedenken dan zijn feestelijke intocht in Jeruzalem, maar er is ook geen grotere droefheid en verlatenheid denkbaar op Goede Vrijdag wanneer Jezus door dezelfde mensen in de steek wordt gelaten. Ons leven kent ook zijn ups en downs en het is niet makkelijk om daarmee om te gaan! Ook wij maken wel eens mee dat we teleurgesteld zijn in mensen die ons in de steek laten, die ons behandelen zoals we het niet verdiend hebben. Natuurlijk moeten we altijd eerst kritisch naar ons zelf kijken; waar ben ik zelf tekort geschoten naar de ander toe. En dan mogen we nog een stap verder gaan. Ben ik niet ook een van die mensen die met Palmzondag langs de weg staat te juichen met een palmtak en later roep: ‘Kruisig Hem?’ Hoe vaak komt het niet voor dat we anderen om ons heen pijn doen, aan het kruis nagelen, veroordelen, bekritiseren? De Goede Week is om ‘goed’ te doen. En dat doen we door inkeer en bezinning, kijkend naar die momenten dat wij zelf langs de kant staan en roepen: ‘kruisig Hem’, met een vinger naar een ander wijzend die niet mag meetellen en niet de moeite waard is. Hoe gaat Jezus daar mee om? Op een manier die ons eigenlijk ongelofelijk in de oren moet klinken. We weten het misschien allemaal en we hebben het zo vaak gehoord. Aan het kruis zegt Hij: ‘vergeef het hun, ze weten niet wat zij doen.’ Jezus kijkt met een liefdevolle blik naar mensen. Dezelfde mensen die eerst roepen Hosanna en daarna ‘Kruisig Hem’; die mensen vergeeft Hij van harte! Een grotere boodschap van liefde is niet mogelijk. Op die manier mogen wij omzien naar de mensen om ons heen die ons links laten liggen: ‘van harte vergeven en ondanks alles toch meer dan de moeite waard vinden.’ En dat is zeker niet makkelijk! In tegendeel, misschien wel een van de moeilijkste dingen om te doen. Om dat te kunnen doen, daar hebben we Jezus voor nodig. Het begint eerst door te zien Hoe Jezus naar ons omziet. Met diezelfde liefdevolle blik zegt Hij tegen ons: ‘Ik vergeef het je, je bent meer dan de moeite waard’. Wij mogen ons naar Hem toewenden. Deze Goede Week wordt echt ‘goed’ wanneer we in ons gebed en inkeer bewust mogen worden van die woorden van Jezus. Alleen dan, met behulp van zijn liefde, kunnen we die liefde doorgeven aan anderen.

 

 


 

Staf_met_slang

Een lichtend voorbeeld zijn

'De Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.’ Dit zijn de woorden die Jezus tegen Nikodemus spreekt in het Evangelie van deze 4e zondag in de veertigdagentijd. Even het verhaal terughalen.

Mozes trekt met het uitverkoren volk door de woestijn op weg naar het beloofde land. Maar onderweg, omdat zij mopperden over ontberingen, werden zij gestraft door giftige slangen die hen beten. God beval Mozes een koperen slang op een paal omhoog te heffen; en ieder die naar de slang opkeek werd gered. 

Aan de hand van dit verhaal vertelt Jezus over zichzelf. Net zoals die slang is het Jezus die omhoog moet worden geheven, opdat ieder die naar Hem opkijkt zal leven, eeuwig leven. Waaraan opgeheven? Natuurlijk doelt Hij op het kruis waaraan Hij zal worden opgeheven. En dat is de kern van de boodschap die Jezus ons wil geven. Hij is op weg naar Jeruzalem om daar aan het kruis te sterven, uit liefde voor alle mensen, om zo de hemel voor ons te openen. Aan ons de vraag: ‘zijn wij bereid met Hem mee te trekken naar Jeruzalem?’ Dat is onze beweging die wij mogen maken in de veertigdagentijd als voorbereiding op het Pasen: meetrekken naar Jeruzalem om op te kunnen kijken naar Jezus. Wij mogen naar Hem opzien, want Hij is Degene die voor ons zoveel over heeft dat Hij zijn leven voor ons gegeven heeft. 

Naar Hem opzien wil zeggen dat we in ons leven steeds Jezus de eerste plaats mogen geven. Dat is wat Hij bedoelt wanneer Hij op het eind van het Evangelie praat over licht en duister. ‘Het licht is in de wereld gekomen.’ Hij is dat Licht dat voor ons schijnt in de duisternis! Het licht dat ons leidt doorheen het leven en het licht waar wij op gefocust mogen zijn. Zo zien wij naar Hem op, telkens als we Hem zien als het licht in ons leven en telkens wanneer we Zijn wil doen in plaats van wat wij zelf alleen maar graag zouden willen. Het is ook het Licht dat ons pad verlicht zodat wij kunnen zien waar we onze voetstappen zetten. Het verlichte pad bewandelen laten we zien door onze daden die horen bij het licht. ‘Wie de waarheid doet gaat naar het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn gedaan,' zegt Jezus. Onze daden mogen een lichtend voorbeeld zijn voor de ander. Laten we net als Jezus ons durven wegcijferen voor de ander. Onze Lieve Heer en de ander om ons heen steeds meer een plaats geven in plaats van ons eigen ‘ikje’, dat is de beste voorbereiding op Pasen.

 

 


Hart_ballonenOntvankelijkheid

 

 

 

 

Hoe bereidt u een feestje voor? Wanneer we bij ons thuis een verjaardag houden, dan moet er het een en ander gebeuren. Er hoort een voorbereiding bij. Uitnodigingen moeten worden verstuurd, er wordt eten en drank in huis gehaald en bovendien moet je je huis in orde hebben om mensen te kunnen ontvangen. Bij een feest hoort een voorbereiding. Je wilt ervoor zorgen dat mensen zich bij jou thuis voelen en je wilt ze iets kunnen aanbieden. 

 

 

Wij zitten alweer bijna op de helft van de veertigdagentijd. Een tijd van voorbereiding. Waarop? Op het Paasfeest waarnaar wij samen op weg zijn. Ook voor dit feest hoort een voorbereiding. Hoe kunnen we ons nu het best voorbereiden op het komend feest van Pasen? Het Evangelie van deze 3e zondag in de veertigdagentijd nodigt ons uit om hier eens bij stil te staan. Het paasfeest is op handen en Jezus gaat naar de tempel in Jeruzalem. De tempel is in de ogen van de Joden de plaats waar je God het meest van nabij kunt ontmoeten. En Jezus gaat tekeer! Zoals we kunnen lezen, niet zachtzinnig. Met touwen als gesels jaagt hij mensen en dieren de tempel uit en gooit tafels omver. ‘Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal’, zegt Hij. De tempel moet een plek zijn waar mensen uitgenodigd kunnen worden om tot God te bidden, Hem te kunnen ontmoeten. 

We kunnen de link al makkelijk leggen naar onze kerkgebouwen die bedoeld zijn om te kunnen bidden tot God en niet voor andere ‘wantoestanden’. Maar dat is, denk ik, toch niet de allerbelangrijkste kwestie. Hoe zit bij onszelf? In het huis van ons eigen hart? De beste plek die wij hebben om met God te communiceren is ons hart. God ontmoeten wil zeggen, van hart tot hart bidden. Maar maken we van ons hart niet wel eens een ‘markthal’? Durven we eens in deze laatste weken voor Pasen, als een goede voorbereiding, te kijken wat er in ons hart leeft. Dat wat er in de weg zit om de ander te kunnen ontmoeten en God te kunnen ontmoeten, moet eruit worden gejaagd. Ons hart moet opgeruimd zijn om de ander nabij te kunnen laten zijn. Denk maar ons verjaardagsfeestje. Het huis opgeruimd wil zeggen dat we bij onszelf de ruimte willen creëren, zodat de ander de kans krijgt om zichzelf te kunnen zijn bij jou; zich thuis voelt bij jou. En je wilt de ander graag iets kunnen aanbieden. Op een verjaardag biedt je de ander eten en drinken aan. Als de ander zich bij jou thuis voelt, dan kun je hem je tijd en je aandacht aanbieden. Ons hart ontvankelijk maken voor de ander door onze rommel eruit te gooien en ruimte te creëren voor de ander. En wat geldt voor de ander geldt ook voor God. Dat is een mooie voorbereiding op het Paasfeest. Laten we ons hart ontvankelijk maken voor God en de mensen om ons heen.

 


 

TaborbergTabormoment

 

Je bent op een feest, je hebt leuke gesprekken, er wordt goede muziek gedraaid, er valt niets te klagen over lekker eten en veel drinken. Kortom, het is gezellig. En wanneer het gezellig, dan blijf je niet eventjes, maar voor een langere tijd. Je zegt dan bij jezelf: ‘het is goed dat we hier zijn. ’Wanneer zeggen mensen dat, als ze zich thuis voelen. Als ze zich op hun gemak voelen. Wanneer ze niet onzeker hoeven te zijn, maar zichzelf kunnen zijn. Wij mensen zoeken altijd andere mensen op. En iedereen van ons kent wel een aantal mensen die je graag opzoekt, met wie je je verbonden weet en bij wie je je thuis voelt. Je kunt eens even jezelf zijn! Dat zijn de mooie momenten in ons leven. Een gezellig feest, een goed gesprek, dierbare herinneringen wat je met andere mensen mocht beleven. Zoals iemand eens tegen me zei: ‘de mooie dingen die je in je leven meemaakt, die neemt niemand meer van je af.’ De goede dingen, daar houden we ons aan vast. En die goede dingen zorgen ervoor dat je de ellende in je eigen leven, waar ieder van ons mee te maken krijgt, even doet vergeten. Zoals een kind in de catecheseles tegen mij zei. Als ik verdrietig ben, dan ga ik met een vriendinnetje leuke dingen doen zoals buiten spelen. Dat doet me mijn verdriet even vergeten. De mooie dingen waar je van zegt: ‘Het is goed dat ze er zijn’ en de mooie ontmoetingen in ons leven: ‘Het is goed dat we hier zijn’. Want dat doet ons echt goed.  We horen eigenlijk vandaag in het Evangelie hetzelfde. Petrus, Jakobus en Johannes gaan met Jezus de berg Tabor op. En ze krijgen een glimp te zien van de goddelijkheid van Jezus. Zijn kleed glanzend wit. Ze zijn helemaal verbluft. Ze maken hun ‘tabormoment’ mee. Het is zo geweldig dat ze even al het andere om hen heen vergeten. Niks anders lijkt nog belangrijk en ze raken helemaal enthousiast. Ze zeggen: ‘Het is goed dat we hier zijn’! En als het aan die drie leerlingen gelegen had, dan had hun tabormoment zeker veel langer mogen duren. Maar nee, helaas. Voor ze het weten is het voorbij en dalen ze weer de berg af; ze staan weer met beide benen in de realiteit. En Jezus drukt hen meteen met de neus op de feiten. Hij maakt duidelijk dat Hij eerst zal moeten lijden en sterven. Beste broeders en zusters, zo is ons leven precies hetzelfde! Wij kennen allemaal onze Tabormomenten! En daar houden we zo graag aan vast. Maar helaas is het leven nu eenmaal niet een groot tabormoment. Aan onze mooie momenten en ontmoetingen komt een eind. We dalen de berg af en maken allemaal minder mooie momenten mee in ons leven. We staan weer met beide benen in de realiteit. Maar die Tabormomenten kunnen we wel meedragen! Als het bewolkt is, zie je de zon weliswaar niet. Maar je weet, dat achter die wolken wel degelijk de Zon schijnt! Jezus wist dat Hij eerst door ellende heen moest, door aan het kruis te sterven. Maar daarna wacht de verrijzenis. Pijn en ellende hebben niet het laatste woord maar uiteindelijk overwint de liefde altijd. Het is God aan wie we mogen vasthouden, want alle liefde komt van God In deze veertigdagentijd mogen we ons thuis weten bij God. In het gebed en in de stilte. Dan mogen we zeggen: ‘Het is goed dat we hier zijn.’ God heeft het laatste woord. Zonder Goede Vrijdag kan er geen Pasen zijn. Het is uiteindelijk Gods liefde die ons mag dragen en die we samen mogen uitdragen naar onze medemensen.

 


IMG_6865_MediumBekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap

 

De kleuren ‘rood, geel en groen’, zijn weer uit ons straatbeeld verdwenen. De dagen van lol en plezier liggen weer achter ons. Drie (en voor sommigen nog meerdere) dagen lang heeft men feest gevierd in straten en cafés. Ondergetekende kon niet nalaten om een beetje sfeer te zijn gaan proeven in de parochies waar ik werkzaam ben. Oprechte vreugde mocht er zijn en de saamhorigheid en broederlijkheid onder elkaar kwam de gemeenschap ten goede. Maar nu is de tijd aangebroken van vasten en inkeer. Een enorm contrast?

Het is maar hoe je het bekijkt! Afgelopen woensdag, Aswoensdag, mocht ik het askruisje geven aan de mensen in de kerk. Daarbij kan men kiezen voor de formule, die ik ook gebruikt heb: ‘Bekeert u en gelooft in het Evangelie.’ In het Evangelie van dit weekend zegt Jezus precies deze formule en het markeert het begin van onze Veertigdagentijd: ‘Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’ Het beleven van de vastentijd betreft van oudsher drie aspecten: we vasten in drank en eten of we minderen ons in bepaalde bezigheden die we graag doen, we besteden wat meer aandacht aan gebed en proberen meer oog te hebben voor de naasten om ons heen. We brengen een offertje. Lust je graag chocola, dan eet je dit niet of minder. Zit je heel graag achter de computer te spellen, dan probeer je dit ook te minderen. Ik ken zelfs iemand die vanaf Aswoensdag is gestopt met roken. Het is goed en zinvol om een goed voornemen te maken in deze veertigdagentijd. En dit heeft alles te maken met die prachtige uitspraak van Jezus: ‘Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap.’ De drie aspecten van snoepjes in een trommeltje stoppen, een extra Onze Vader bidden en eens een keer de buurman helpen is geen doel op zich. Ze willen ons helpen om ons te bekeren, om onze Lieve Heer weer wat meer centraal te stellen in ons leven. Door te vasten mogen we beseffen dat het materiële niet het belangrijkste is. Door extra gebed geven we God meer aandacht en door de naasten lief te hebben willen we Gods liefde doorgeven. Wilt u met mij meedoen om samen in deze vastentijd een goed voornemen te maken? En we proberen om dit ‘vast’ te houden. De vastentijd is helemaal geen sombere tijd! Het is een tijd van wat meer afkeer van het materiële en toekeren naar God en de naasten. Dat mag met oprechte vreugde gebeuren. Door de manier waarop we met elkaar omgaan laten we iets zien van Gods liefde voor iedereen. ‘Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap!’ We keren ons naar God en laten zien dat we onder elkaar Gods kinderen zijn. Mag het dan toch ‘carnaval’ zijn, maar dan op een hele andere manier? De waardevolle dingen die een gemeenschap met elkaar verbindt zijn belangrijk; oprechte vreugde en saamhorigheid mag doorklinken in ons goede voornemen! Zo mogen we samen op weg gaan naar het Pasen van de Heer.

 

Kapelaan Blom.

Zoeken