Woord van bezinning in de Vastentijd 2012

 

TaborbergTabormoment

 

Je bent op een feest, je hebt leuke gesprekken, er wordt goede muziek gedraaid, er valt niets te klagen over lekker eten en veel drinken. Kortom, het is gezellig. En wanneer het gezellig, dan blijf je niet eventjes, maar voor een langere tijd. Je zegt dan bij jezelf: ‘het is goed dat we hier zijn. ’Wanneer zeggen mensen dat, als ze zich thuis voelen. Als ze zich op hun gemak voelen. Wanneer ze niet onzeker hoeven te zijn, maar zichzelf kunnen zijn. Wij mensen zoeken altijd andere mensen op. En iedereen van ons kent wel een aantal mensen die je graag opzoekt, met wie je je verbonden weet en bij wie je je thuis voelt. Je kunt eens even jezelf zijn! Dat zijn de mooie momenten in ons leven. Een gezellig feest, een goed gesprek, dierbare herinneringen wat je met andere mensen mocht beleven. Zoals iemand eens tegen me zei: ‘de mooie dingen die je in je leven meemaakt, die neemt niemand meer van je af.’ De goede dingen, daar houden we ons aan vast. En die goede dingen zorgen ervoor dat je de ellende in je eigen leven, waar ieder van ons mee te maken krijgt, even doet vergeten. Zoals een kind in de catecheseles tegen mij zei. Als ik verdrietig ben, dan ga ik met een vriendinnetje leuke dingen doen zoals buiten spelen. Dat doet me mijn verdriet even vergeten. De mooie dingen waar je van zegt: ‘Het is goed dat ze er zijn’ en de mooie ontmoetingen in ons leven: ‘Het is goed dat we hier zijn’. Want dat doet ons echt goed.  We horen eigenlijk vandaag in het Evangelie hetzelfde. Petrus, Jakobus en Johannes gaan met Jezus de berg Tabor op. En ze krijgen een glimp te zien van de goddelijkheid van Jezus. Zijn kleed glanzend wit. Ze zijn helemaal verbluft. Ze maken hun ‘tabormoment’ mee. Het is zo geweldig dat ze even al het andere om hen heen vergeten. Niks anders lijkt nog belangrijk en ze raken helemaal enthousiast. Ze zeggen: ‘Het is goed dat we hier zijn’! En als het aan die drie leerlingen gelegen had, dan had hun tabormoment zeker veel langer mogen duren. Maar nee, helaas. Voor ze het weten is het voorbij en dalen ze weer de berg af; ze staan weer met beide benen in de realiteit. En Jezus drukt hen meteen met de neus op de feiten. Hij maakt duidelijk dat Hij eerst zal moeten lijden en sterven. Beste broeders en zusters, zo is ons leven precies hetzelfde! Wij kennen allemaal onze Tabormomenten! En daar houden we zo graag aan vast. Maar helaas is het leven nu eenmaal niet een groot tabormoment. Aan onze mooie momenten en ontmoetingen komt een eind. We dalen de berg af en maken allemaal minder mooie momenten mee in ons leven. We staan weer met beide benen in de realiteit. Maar die Tabormomenten kunnen we wel meedragen! Als het bewolkt is, zie je de zon weliswaar niet. Maar je weet, dat achter die wolken wel degelijk de Zon schijnt! Jezus wist dat Hij eerst door ellende heen moest, door aan het kruis te sterven. Maar daarna wacht de verrijzenis. Pijn en ellende hebben niet het laatste woord maar uiteindelijk overwint de liefde altijd. Het is God aan wie we mogen vasthouden, want alle liefde komt van God In deze veertigdagentijd mogen we ons thuis weten bij God. In het gebed en in de stilte. Dan mogen we zeggen: ‘Het is goed dat we hier zijn.’ God heeft het laatste woord. Zonder Goede Vrijdag kan er geen Pasen zijn. Het is uiteindelijk Gods liefde die ons mag dragen en die we samen mogen uitdragen naar onze medemensen.

 

Zoeken