Adventsgedachte

 

verijzende christusKERK VAN DE VERRIJZENDE CHRISTUS

Wij vieren wat wij mogen worden: mensen van licht

 

In 1957 krijgt een pastoor in Dordrecht, de karmeliet Constant Dölle, van de bisschop van Rotterdam de opdracht een nieuwe parochiekerk te bouwen. Hij begint er vol goede moed aan en kiest als titel ’kerk van de verrijzende Christus’.

Als hij de naam voorlegt aan de bisschop wil deze die niet accepteren. Voor de bisschop moet het zijn ’kerk van de verrezen Christus’. Pater Dölle is nu 100 jaar en bijna blind. Hij vertelt het verhaal in het preektijdschrift Kerugma van het lopende jaar 2016-2017, nummer 1, pagina 19-23. Wat een interessant detail! Niet ’Christus is verrezen’ staat voor de oude collega centraal, maar ’Christus verrijst’. Hoe komt hij hieraan? Hij wijst op de mensen in zijn parochie en geeft te verstaan: ‘Als ik zie hoe zij als gelovigen staan voor hun opdracht, ook in moeilijke tijden, als zij trouw en verantwoordelijk hun werk doen, dan zie ik het licht van de Christus dat in hen opgaat zoals elke dag de zon opgaat. Christus verrijst in deze mensen, in hen komt Hij op ons toe’. Ontroerend: een bijna blinde man spreekt over het opgaande licht. Je kunt ook zeggen: deze man weet waar hij het over heeft nu zijn ogen het laten afweten.

 

 

IMG 8924 Small

 

In de Advent bereiden wij ons voor op de komst van het Licht in de viering van Kerstmis. Is dat Licht dan niet al gekomen? Zeker, Jezus de Christus is geboren, heeft onder de mensen geleefd en is gestorven en verrezen. Hoe is het dan mogelijk dat hij nog steeds zou moeten verrijzen? De oude pastoor ziet het haarscherp. Dat Jezus komt zie je in mensen. De visie van de pastoor komt overeen met die van de Franse bijbelexegeet François-Xavier Durrwell. Hij maakt duidelijk: door zijn sterven en verrijzen komt Jezus in de wereld door de kracht van de heilige Geest. Hij schrijft: ‘In zijn dood en verrijzenis komt Jezus in de wereld. Hij verrijst zelf en verrijst zichtbaar en hoorbaar in de vorm van apostelen en van een veelvoudig getuigenis’ (Aux sources de l’apostolat. L’Apôtre et l’Eucharistie, Parijs, Montréal 1999, pagina 69). Hoe komt Durrwell hieraan? Hij is zeer vertrouwd met Sint Paulus die schrijft: ‘Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij’. ‘Dat Jezus de Christus in jullie tot gestalte komt, daartoe span ik mij in’ (Brief aan de christenen van Galatië resp. 2, 20; 4, 19). In zijn brief aan de christenen van Rome 13, 2-4 zegt Paulus: ‘Laten wij ons ontdoen van de werken der duisternis en ons wapenen met het licht (…) Bekleedt u met de Heer Jezus Christus’. Dat betekent: je kracht om in het leven de juiste weg te vinden is het Licht van de Christus. Hij moet als een mantel om je schouders herkenbaar worden in heel je gedrag.

 

Jezus de Christus: het Licht der wereld

Bij Johannes horen we Jezus zeggen: ‘Ik ben het licht der wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten’ (Evangelie van Johannes 8, 12). Als je Jezus volgt, wordt het woord waar dat Hij spreekt in de bergrede: ‘Jullie zijn het licht van de wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar plaatst ze op een standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook jullie licht stralen voor allen die in huis zijn, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is’ (Evangelie van Matteüs 5, 14-16). Dankzij ‘het Licht van de wereld’ dat Jezus de Christus is, kunnen wij, zijn leerlingen, ‘het licht van de wereld’ worden: Hij in ons, als een inspirerende reminder voor ieder die ons ziet. Een opgave waar we, al is het altijd gebrekkig, gestalte aan kunnen geven dankzij de heilige Geest die van de Christus uitgaat.

 

De mensenliefde van God wordt tastbaar

In de liturgie van het hoogfeest van Kerstmis wordt ons gezegd: ‘De goedheid en mensenliefde van God, onze Heiland, is op aarde verschenen en Hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben, maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest’ (Brief aan Titus 3, 4-5). ‘Het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest’ is onze doop naar Jezus de Christus toe zoals Paulus zegt in zijn Brief aan de christenen van Galatië 3, 27 en zijn Brief aan de christenen van Rome 6, 3. Door ons geloof en onze doop worden wij opgenomen in Jezus de Christus. Zoals goede vrienden of gelukkig gehuwden inspirerend in elkaars leven aanwezig zijn, zo raken wij samengegroeid met Christus (Paulus’ Brief aan de christenen van Rome 6, 5), één met Hem doordat wij ‘gedrenkt worden met één Geest’, de Geest van de Christus. Als wij ons door die Geest laten bewegen, worden wij het lichaam van Christus in de wereld, zegt Paulus in zijn Eerste Brief aan de christenen van Korinte 12, 13.27. In het evangelie van Johannes zegt Jezus: ‘Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunnen jullie niets’ (Johannes 15, 6). Door wijnstok en ranken stroomt immers hetzelfde sap dat groeikracht geeft: de heilige Geest. Daarom moeten de ranken niet losraken van de wijnstok. In de liturgie van Kerstmis horen we de verbijsterende woorden: ‘Het Woord van God is vlees geworden en in ons komen wonen’ (Evangelie van Johannes 1, 14). Dat vieren wij in tekenen als wij de heilige communie ontvangen: een verbondenheid met Hem, welke waarachtig wordt als wij dienend in het leven staan.

 

IMG 0153 SmallKerstmis en Pasen horen bij elkaar

In de Paasnacht wordt geroepen: ‘Lumen Christi, Licht van Christus’. Dat is het goddelijk Licht dat in Hem door zijn sterven en verrijzen tot volheid komt. Het Licht van God is in Hem omwille van ons. Het kan en moet in ons helder worden, geleidelijk aan, in het begin nog zwak, bijna niet te zien. Langzamerhand kan het in ons groeien zoals de opgaande zon pas in de middag in volheid over ons schijnen kan. Zo komt de Christus steeds op ons toe in de hoop dat ook wij ons steeds meer door dit Licht laten leiden. In die beweging van het Licht dat komt, zijn wij opgenomen door onze doop. Het Licht is bezig in ons tot volheid te komen als wij verantwoordelijk en trouw onze levensopdracht volbrengen. De volheid van het Licht wordt ons geschonken door onze dood heen, gelouterd als wij worden door het vuur van de heilige Geest. Daarom zingen wij vanouds in de liturgie van de uitvaart: ‘Lux aeterna luceat eis’, ‘Het eeuwige licht verlichte hen’. Het licht van de Eeuwige moge hen verlichten die gestorven zijn.

 

Kijken naar het leven op een nieuwe manier

Zo probeer ik naar het leven te kijken en verheug ik mij als ik zie hoe mensen in goede en kwade dagen instaan voor elkaar, christenen en niet-christenen. Tegelijk ben ik intens dankbaar dat de ogen van mijn geest en hart dankzij veel goede mensen zijn opengegaan voor Jezus de Christus, de beweging van het goddelijk Licht in onze wereld. Opgenomen in die beweging mogen wij daarin meebewegen dankzij de heilige Geest die Hij ons schenkt, in vertrouwen en dankbaarheid opengaan voor God onze Vader en instaan voor anderen zoals de Christus. Dan realiseert zich langzaam iets waarover de profeet Jesaja spreekt op de eerste zondag van de Advent. Hij schetst het eindperspectief: alle volken trekken op naar Jeruzalem, naar de berg Sion om zich te richten naar het lichtend spreken van God (Jesaja 2, 1-5). De profeet schetst een groots vooruitzicht: vrede alom, geen oorlog meer. Daarom zijn oproep: ‘Laat ons wandelen in het licht van de HEER’. Dat licht is mens geworden in Jezus de Christus die in de kracht van de heilige Geest zijn leven geeft en tot leven is gewekt, opdat wij mensen worden die lijken op Hem. Daartoe zijn wij bestemd, zegt Paulus in zijn Brief aan de christenen van Rome 8, 29.

 

dageraad

 

Het feest van de verrijzende Christus

Kerstmis is voor velen een warm midwinterfeest. Dat gun ik ieder van harte. Maar luisterend naar de oude pastoor zeg ik als christen: ’Kerstmis is het feest van de verrijzende Christus, het komen van de Christus in ons, in heel ons doen en laten’. Daarop bereiden wij ons voor in de oefentijd die de Advent is, en roepen we in de liturgie op 21 december tot Jezus de Christus die op ons toe komt:

 

‘O Oriens, splendor lucis aeternae

et sol iustitiae :

veni et illumina sedentes in tenebris

et umbra mortis’.

 ‘O Dageraad, glans van het eeuwig licht 

en zon van gerechtigheid:

kom en verlicht wie in duisternis zitten

en in de schaduw van de dood’.

 

 

‘In ùw licht zien wij licht’

In Psalm 27, 1 bidden wij: ’De HEER is mijn licht en mijn heil: wie zou ik vrezen?’ In Psalm 36, 10: ‘In ùw licht zien wij licht’. Dat beseft Paulus die schrijft: ‘Dezelfde God die gezegd heeft: “Uit het duister moet licht schijnen”, is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn reddende nabijheid in het gelaat van Christus’ (Tweede Brief aan de christenen van Korinte 4, 6). Daarom dicht Huub Oosterhuis:


‘Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan’.


Licht van vóór alle tijden, stoot ons aan in de morgen van Kerstmis en de morgen van Pasen, kom over ons heen en raak ons die koud en ongeborgen zijn, met het vuur van de heilige Geest.

 

Ik wens u een Gezegend Kerstfeest.


P. Stevens.

 

Zoeken