Bezinning in de Advent 2012

IMG 0312 Small

In deze tijd van bezinning zal Kapelaan Blom ons ook dit jaar weer elke zondag een woord van bezinning mee geven op onze weg doorheen de Advent om samen vreugde vol Hem daadwerkelijk te kunnen begroeten en ontmoeten met Kerst.

Een bezinnelijke en goede tijd gewenst.

 

 


 

Kerststal

Kersttafereel

Als klein kind speelde ik heel graag met de kerstbeeldjes van de kerststal. Ik kon me er een hele tijd mee vermaken. Thuis vonden ze het prima. Alhoewel, helemaal blij was mijn moeder niet toen ik per ongeluk een van de drie koningen had onthoofd. Gelukkig was het hoofdje goed vast te lijmen en was het getal van drie weer compleet.

Het is leuk maar ook heel zinvol om met kinderen naar een kersttafereel te kijken+ dat kan thuis, maar zeker ook in de kerk. Ik wil u er graag toe uitnodigen. Op een beeldende manier wordt de kerstboodschap zichtbaar. Het is een vorm van catechese. Het kerstverhaal vertellend, en omdat we tegenwoordig meer visueel zijn ingesteld, kunnen we er meteen een voorstelling van maken, kijkend naar de stal. Afgelopen week mocht ik zowel in de St. Pancratiuskerk als in de St. Josephkerk kinderen ontvangen bij de kerststal. Beide keren heb ik, of hebben de kinderen zelf, het kerstverhaal verteld. Beide keren begon het verhaal, geheel terecht, met de Blijde Boodschap van de engel Gabriël aan Maria. Daar begint het kerstverhaal!

Iedere moeder zal ervaren dat een geboorte van een kind niet uit de lucht komt vallen, en dan heb ik het niet over de ooievaars. Je leeft er naar toe, er gaat een hele voorbereiding aan vooraf. Praktisch, de kinderkamer in orde maken, het regelen van werktijden voor beide ouders, de kleertjes, en noem maar op. Maar ook geestelijk, je leeft er naar toe met steeds meer bewustwording. En bij de geboorte de aanschouwing van een wonder! Beleven wij dat ook zo als we de geboorte gaan vieren van Jezus? Het is zeker maar een beeld, maar tegelijkertijd mag dat beeld ons uitnodigen om met vreugde uit te zien naar de komst van Gods Zoon, steeds met meer bewust wording.

Het is niet voor niks dat Maria met spoed, zo lezen we in het Evangelie van dit weekend, naar haar nicht Elisabeth reist, om haar te vertellen wat ze gehoord heeft van de engel. Je zou kunnen redeneren: zo gaat dat met vrouwen; als ze een nieuwtje hebben haasten ze zich om dat te kunnen vertellen. Nee, hier is meer aan de hand. Maria heeft een Boodschap dat ze onmogelijk voor haar zelf kan houden. Er zal een Redder geboren worden, een Verlosser. Iemand die voor ons de hemel geopend heeft en tijdens ons aardse leven wil Hij ons helpen onze pijn en zorgen te dragen.

Tot slot de laatste gedachte over het beeldje waarvan het hoofdje weer vastgelijmd is. Dat wil Jezus voor ons zijn: de vriendschap herstellen tussen God en de mensen. Wat gebroken is wordt vastgelijmd. En ook in ons dagelijks leven mogen we weten: dat wat fout gaat in ons leven willen we oprecht aan God voorleggen. Hij maakt het weer goed en hersteld wat kapot gegaan is. De vriendschap tussen God en de mens en tussen mensen onderling, dat is de kerstboodschap die ons ter harte mag gaan: ´Vrede op aarde aan alle mensen´


kerstboon optuigenWat moeten wij doen?

 

Wat moeten wij doen? Tot driemaal toe wordt aan Johannes de Doper deze vraag gesteld. Het is bijna kerstmis. Wat moeten wij nog allemaal doen? Ik moet nog kerstkaarten schrijven, ik moet nog een kalkoen slachten voor het diner, ik moet de kerstboom en de kerststal nog opzetten. We hebben een heleboel op de planning staan. Er moet nog zoveel gebeuren!

Aan de andere kant hebben we ook wel eens moeite met het woordje ‘moeten’. Als iemand tegen jou zegt: ‘jij moet…’, dan neigen we al gauw te denken: ‘ik moet helemaal niks, ik mag iets doen’ En toch, komen we er niet onderuit, dat we dingen nu eenmaal moeten doen, bij hetgeen we ons voornemen. Als je met het kerstdiner daadwerkelijk kalkoen wilt eten, zul je er wel een moeten halen. Maar ook bijv. wil je op school goede punten wilthalen, dan moet je er wel iets voor doen; wil je topsporter worden, dan zul je daar hard aan moeten werken. Wil je bij Jezus horen, dan moet je daar ook iets voor doen of laten.

In het Evangelie wordt heel duidelijk het woord ‘moeten’ gebruikt en niet ‘mogen’.. Allerlei mensen komen bij Johannes, ze kijken uit naar de beloofde Messias, de beloofde Redder, de Komende. Dat doen die mensen niet door er op hun gemak bij te gaan zitten, zo van: ‘de Komende, die zien we wel een keer komen; we wachten rustig af.’ Nee, bij het uitzien naar de Redder, daar hoort een houding bij. En die houding zien we weerspiegelt in die vraag: ‘wat moeten wij doen.’ En wij, beste parochianen, kunnen ons helemaal vinden in die mensen. Want ook wij, in deze Adventstijd, zien uit naar de Messias, de Verlosser, en ook diezelfde vraag zou ons bezig moeten houden: ‘wat moeten wij doen?’

Die mensen die bij Johannes komen, zijn gewone burgers, soldaten en tollenaars. En hij geeft prachtige adviezen, ‘deel je kleding’, zegt hij tegen de gewone burgers, ‘vraag niet meer dan is vastgesteld’, tegen de tollenaars en ‘plunder en roof niet’, tegen de soldaten. Bij elk beroep een ander advies. Johannes zegt niet: ‘stop met je beroep, ga wat anders doen’. Je naar God keren, bekeren, is geen houding waarin je per se met alles moet breken. Kan wel, maar daar ligt ieders persoonlijke roeping. Daar waar je bent, op je werk, bij de vereniging, in je gezin, moet je laten zien dat je bij God hoort. En bij elk beroep en in elke situatie hoort een ander advies en een andere manier. Ik wil graag een zin aanhalen die we in de eerste lezing gehoord hebben, waarin we ook het woordje ‘moeten’ tegenkomen. Het mag voor ons een leidraad zijn. Paulus zegt: ‘Verheugt u! Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer is nabij.’ Alle adviezen die Johannes geeft heeft met deze zin te maken, en Johannes verbindt er een concreet advies aan.

Tot slot het allerbelangrijkste. Tegen al die mensen zegt Johannes als het ware: ‘het gaat niet om mij, maar het gaat om Degene die na mij komt, Jezus de Messias. Johannes is slechts degene die de mensen voorbereidt, die hen de weg wijst naar Jezus. Onze vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. Maar niet omdat wij zelf dan in het middelpunt staan, maar daardoor willen we proberen onszelf te geven, onszelf klein te maken, zodat wij op onze beurt net als Johannes de Doper, anderen de weg mogen (moeten) wijzen naar Jezus.

 


 

os en ezel

Os en de ezel

In menig huis heeft de kerstboom ondertussen weer een prominente plaats gekregen. Bij u ook? Ik hoop van harte dat ook de kerststal niet ontbreekt. Het kersttafereel raakt de kern van datgene wat wij binnenkort gaan vieren. Wat ik mij afvraag: ´Zet u er dit jaar ook de os en de ezel bij?´ U mag gerust weten, ondergetekende doet dat wel.

In de afgelopen weken is er een heleboel commotie ontstaan over het nieuwe Jezusboek van de paus. Hij schrijft daarin dat de os en de ezel helemaal niet thuishoren in de kerststal…

Het is een feit, en toch ook wel algemeen bekend, dat het kersttafereel door de eeuwen heen is geromantiseerd. Het ziet er gezellig, zo’n stalletje onder de boom. Maar het is alles behalve gezellig geweest. Hoogzwanger op reis, aangekomen in Betlehem nergens plaats. Je vindt een onderkomen bij de dieren, en Jezus zelf moet geboren worden in een voerbak, een kribbe.

Feit is dat er in de Evangelies nergens melding wordt gemaakt van een os en een ezel. Maar de paus geeft wel een mooie verwijzing naar het Oude Testament, naar de profeet Jesaja. En deze tekst zal vermoedelijk een rol spelen in de traditie van de os en de ezel. De profeet Jesaja zegt meteen in het begin van zijn boek: ´Hoort hemelen! Luister aarde! Want God neemt het woord. Ik heb zonen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn tegen Mij in opstand gekomen. Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israel weet van niets, mijn volk heeft geen begrip.´ Het vee herkent zijn herder en meester. Bijvoorbeeld de os of de ezel zal denken: Bij hem krijg ik te eten! Bij hem ben ik veilig! Hij zorgt voor mij! De os en de ezel kennen de meester in de krib, maar het volk van God heeft zich van zijn Meester afgewend.

Het gaat om de kern van wat wij vieren. Laten wij de geboorte van Jezus toe in ons eigen leven. Zijn we zoals de herbergier die het Kind wegstuurt. Ik nodig u uit om te zijn zoals de os en de ezel, want zij staan voor het beeld van degenen die de Meester herkennen en geboren laten worden in zijn of haar leven.

Beste mensen, op weg naar kerstmis toe, maak je in godsnaam niet druk over het feit dat de os en de ezel niet historisch zouden zijn. De paus schrijft zelf dat de os en de ezel behoren tot een waardevolle traditie. Bovendien zal er ook dit jaar met kerst op het St. Pietersplein in Rome een grote kerststal neergezet, met jawel de os en de ezel.

Mocht u ooit nog eens kans maken om met een kerstspel mee te doen?? Geef u op om voor os of ezel te spelen. Vanaf nu weet u, het zijn ererollen!


 

tanklampjeWees waakzaam!

Van de week heb ik een avontuur beleefd. En dat wil ik graag met u delen. Ik was onderweg met de auto, samen met een collega. Het was vrij laat in de avond en vanuit Welten reden we binnendoor via het ziekenhuis in de buurt, richting de Heerlerbaan. Het lampje op het dashbord brandde al een tijdje ‘oranje’. En wat ik heel handig vindt, wat mijn vorige auto zeker niet had: op het scherm kun je lezen hoeveel km je nog kunt rijden voordat je moet gaan tanken. Bij mij stond er op: 34 km. Dus ik dacht, daar kom ik wel mee thuis. Dan kan ik morgenvroeg gauw langs het tankstation rijden. U voelt hem al aankomen. Mooi niet, blijkt dat die 34 km bij benadering is. We staan stil! De auto moesten we noodgedwongen laten staan, maar er reden ook geen bussen meer. Een aardig stukje lopen, naar de pastorie op de Heerlerbaan. Daar konden we gelukkig de auto van mijn collega nemen en bij Brouwers kun je terecht. Eerst in de winkel een jerrycan kopen. Dan naar buiten om hem vol te tanken en vervolgens weer naar binnen te gaan om te betalen. De vrouw achter de toonbank wist wel hoe laat het was. ‘Of ik de bon wilde?’ ‘Ja,’ ik zeg ‘geef maar, die komt in het plakboek van bijzondere gebeurtenissen.’

Ik dacht aan dit voorval toen ik in het Evangelie las over het eind der tijden: ‘laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik. Weest daarom altijd waakzaam.’ Al het leven dat we kennen heeft als het ware een houdbaarheidsdatum, is tijdelijk. Uiteindelijk zal er aan alles een eind komen. Wanneer? Deze maand loopt de Mayakalender af. Het einde van de wereld. Sommigen denken het. En ik zag Discovery Channel een programma dat heet ‘doompreppers’. En dat gaat over mensen die zich voorbereiden op een grote ramp, voor het geval dat.

Toch zegt Jezus heel nadrukkelijk: ‘gij kent dag noch uur.’ Maar Hij zegt ook nadrukkelijk: ‘weest waakzaam en bidt.’ Ieder van ons kan niet van te voren zeggen wanneer we heengaan vanuit dit leven naar het volgende leven. En als het ons overkomt, zijn we er dan klaar voor? Ik hoop dat bij u de vraag opkomt: ‘hoe dan we dat, er klaar voor zijn.?’

Beste mensen, aan het begin van deze Advent mogen we opnieuw waakzaam worden. Opnieuw zien waar het nu echt om draait, wat belangrijk is. We leven vaak in een bepaalde sleur en we denken: ‘het gaat allemaal zijn gangetje wel’. We rijden maar door en door en we denken, het gaat prima zo. En dan hebben we te laat in de gaten dat er een oranje lampje begint te branden en als we er dan niks aan doen, dan sta je stil langs de kant.

We hollen maar verder en verder, we hebben het allemaal druk met school, werk, gezin, hobby’s en als we niet oppassen komen we onszelf tegen. Veel mensen moeten altijd wat te doen hebben. Ga eens vijf minuten in alle rust in een stoel zitten en doe niks. Dat vinden we verloren tijd. In deze tijd van Advent mogen we eens stil gaan staan, stoppen met rennen, even bijtanken. En dan krijg je ook pas de kans om, om je heen te kijken, om je gedachten te ordenen. Laat opnieuw de verwondering toe van hoe mooi het leven kan zijn. Wie heeft niet mooie herinneringen hoe je als kind vol verwondering, vol verwachting en vol spanning een cadeautje openmaakt? En wie ziet die glinsterende oogjes niet terug bij hun kind of kleinkind? Laten we een pas maken op de plaats. Kijk eens meer om je heen, naar andere mensen en naar omhoog. Het lijntje met Onze Lieve Heer opnieuw ontdekken en aandacht geven.

We gaan op weg naar kerstmis en daar ontvangen we het mooiste cadeau dat we maar kunnen ontvangen, Jezus zelf. Laat Hem geboren worden, laat dat cadeau niet onuitgepakt liggen. De profeet Jeremia voorspelt het in de Eerste Lezing: ‘er zal een wettige afstammeling van koning David komen.’ Dat is Jezus. Laat Hem de Koning zijn en wij zijn, zijn dienaars. En als dienaars dragen we de boodschap van de Koning verder, van gerechtigheid, van verdraagzaamheid, van vrede en vreugde. Op weg naar kerstmis doe je niet alleen, nee dat doen we samen. En onderweg mogen we cadeautjes uitdelen naar anderen, de boodschap van de koning, zodat mensen opnieuw met verwondering stil mogen staan, waakzaam biddend, tot God. Dan zijn we met zaken bezig die niet gelden voor het tijdelijke, maar die er toe doen voor de eeuwigheid. Amen.

Zoeken