Kruisweg (Goede vrijdag 2011)

ACHTSTE STATIE 

VIIIb-2_Small

JEZUS SPREEKT TOT DE WENENDE VROUWEN VAN JERUSALEM

V. Wij aanbidden U, O Christus, en loven U.
A. Omdat gij door Uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

“Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen”. Nog maar enkele dagen daarvoor weende Jezus, gezeten op de helling en kijkend naar de trots van de Joden, hun Stad Jeruzalem. Hij wist al omtrent haar verwoesting, een gevolg van de afwijzing van de Mensenzoon. De jammertranen lijken Jezus niet af te kunnen brengen van zijn missie. Stellig is Hij met zijn waarschuwing. Kijk toch goed naar wat jullie over je afroepen.

Net zo min als ze zich tóen deze woorden van de Heer aantrokken, luisteren mensen naar de tekenen van de tijd. Een tijd waarin we onze God opnieuw wegjagen uit dat wat we beschaving noemen. Een beschaving waarin we jammeren over het wrede spel met een dode gans terwijl we toezien hoe we de mens afslachten, wereld wijd in oorlogen en dichtbij als het ons makkelijker is met oud of nog het ongeboren leven. Kinderen halen wel eens spottend hun schouders op wanneer ouders iets zeggen. En als vader of moeder voel je onmacht en pijn. Waarschuwingen, in de wind geslagen, kunnen immers slechte gevolgen hebben met ook onschuldige slachtoffers. Hoe lang blijven we alles goedvinden en gedogen? Bidden we voor hen die lijden aan onbegrip en onmacht in kerk en wereld.

V: Ontferm U over ons Heer, ontferm U over ons.  
A: God, wees ons zondaars genadig.

 

Zoeken