Parochienieuws 2 mei - 30 mei 2015

 

Niets is vanzelfsprekend, ook niet in mei

 

Hoe vaak maken we het niet mee? We gaan op reis, bagage verdwijnt over de loopband om zich te voegen bij vele tienduizenden koffers. Zelf maak je een tussenlanding en loopt, even oplettend, naar je aansluitende vlucht. Je koffer moet het hebben van oplettende handen en ogen, nu nog gekozen uit honderden. En ja hoor, je spullen liggen op de band. Het wordt opeens minder vanzelfsprekend wanneer iemand wacht, en kijkt, en wacht, totdat de band stopt: mijn koffer is er niet bij. 

In mei legt ieder vogeltje zijn ei. Deze spreuk zegt ons mensen dat het broedseizoen begint. Vanzelfsprekend. Ook al lezen de tweevoeters onze kalender niet, ze handelen ernaar. We doen dat simpelweg af met het woord: instinct. Het behoort tot het ingegeven gedragspatroon. En als we oog zouden willen hebben voor hoeveel verschillende van zulke patronen er zijn, is het om van te duizelen. Hoe elk van de miljoenen onredelijke wezens precies handelen volgens ingebouwde handelswijzen en reacties. Ze zijn er niet voor naar een school geweest, het is er vanaf hun ontstaan. Of het dieren betreft in de zee, ter land of in de lucht. Voor mij is dat onvoorstelbaar en roept telkens weer verwondering op over de grootheid van de schepping. We zijn er zo mee vertrouwd dat we het al niet meer waarnemen. Ons koffer met vanzelfsprekendheden is immers immens groot en geheel vol. Oog voor het wonderlijke is ons welhaast vreemd. Dan is het ook niet vreemd dat mensen God niet meer als “Scheppend Genie” ervaren en men tevreden blijft met: “Er zal wel ‘iets’ zijn”. Totdat ons koffer niet op de band ligt. Dan is er misbaar en ergernis.

Mensen gaan op levensreis, zetten nieuw leven op de band van de tijd, uit kracht van de natuur. Voor de een is de levensreis kort, voor de ander lang, voor de een zonder hindernis, voor de ander een hele opgave. Maar wie let nog op de veilige thuiskomst? Met de sticker erop van het doopsel of het hebben gedaan van de eerste communie, zijn we er nog niet. Zegt alleen iets over de bestemming als: ‘ kind van God’. Ieder mens dient er wel naar te handelen, en dat is niet vanzelfsprekend. Dat is de voortdurende keuze, om het goede te doen en het kwade te laten. Mensen kunnen erbij helpen, Gods Hulp is het allerbeste dat we ons kunnen eigen maken.

Vriendelijke groet,

deken Th. v. Galen

 

Hoogfeest Pancratius

St. Pancratius leefde in de jonge Kerk, in een tijd van hevige vervolging. De keizers van het Romeinse Rijk, Diocletianus en Maximianus eisten dat iedereen moest offeren aan de Romeinse goden. Pancratius, slechts op 14-jarige leeftijd, had de moed om te weigeren en alleen aan God eer te betuigen. Het kostte hem zijn leven en wij mogen hem vereren en hem aanroepen als martelaar. Op 12 mei is zijn feestdag. We vieren dit in de St. Pancratiuskerk om 10.00 uur met een hoogmis.


 

Zoeken