Parochienieuws 21 december 2013 - 1 februari 2014

Uiterste datum voor het opgeven van misintenties voor de periode van 1 februari t/m 1 maart: DONDERDAG 23 JANUARI

 

 

Pijnlijke “Feestdagen”

In de regel staan we stil bij een aantal mensen die met Kerstmis (en minder met oud-op-nieuw) enige luxe missen en biedt menige gemeente en werkgroep hen een maaltijd aan in feeststemming.

Toch is er ook een grote groep, die helemaal geen echte “zin” hebben in de dagen welke voor mensen als feestdagen te boek staan. Hoewel we weten dat ze er zijn, vallen ze lang niet altijd op en houden ze zich ook wat verborgen. Zeker in de stilte van hun geslagen hart.

Ook zij weten zich omgeven met mensen die zich verheugen, die soms onwetend ook hen ‘fijne’ dagen wensen. Op zulke ogenblikken moet dan iemand zich verbijten met de gedachte: “Je moest eens weten hoe ik me voel”. Ze zien er huize hoog tegen op, dat de stilte en de pijn de overhand krijgen. “Waren die dagen maar voorbij, was het maar januari !”, klinkt het in hun gedachten voortdurend.

Het is de voor de hand liggende groep mensen, waarvoor vaak niets gebeurt of waarvoor mogelijk ook niet echt iets te organiseren is.

Want wie loopt nu naar een adres om met andere ‘getroffenen’ de pijn te delen van de feestdagen? Dan moet iemand zich ook als zodanig bekend willen maken, een eerste lastige stap.

Soms kan het ook niet. Je blijft achter nadat je man of vrouw is overleden, recentelijk of ook al langer geleden. Dan zijn er nog kinderen om je heen. Helemaal als ze nog thuis zijn. Voor hen wil iemand zich ferm houden, proberen ze nog iets te geven aan zorg en warmte en gezelligheid. Niets doen is dan ook zo kaal en koud. Maar terwijl je je best doet er voor hen te zijn, kun je ook zelf nog je ellendig voelen. Maar je gaat dan ook niet op pad naar lotgenoten. Dat kan immers niet.

Je hebt een kind overleden. Zeker als de wond nog vers is. Je bent wel samen met je partner man of vrouw, met andere kinderen, maar toch…..

Voor weer anderen geldt: je wilt zoveel, maar niets lijkt te lukken: geen werk, stukgelopen op het leven, op je relatie. Je gezondheid laat flink te wensen over en artsen geven je weinig hoop op herstel of zelfs op eigen verlichting. 

Goede mensen om je heen laten merken dat ze het ‘begrijpen’. Waarbij het begrip pas dan vaak komt wanneer je het zelf al ondergaan hebt.

Het liefst zou je willen vluchten, even er niet zijn, onderduiken. Maar dat kan niet. Waar anderen op vakantie gaan zelfs, verberg je jezelf met je verdriet en eenzaamheidsgevoelens.

Wie kan daar helpen? Wat is geen goedkope troost? “ Van wie kan ik hulp verwachten” verzucht menigmaal de schrijver van het boek der psalmen. Hij concludeert dat hulp zal komen “van God alleen”.

Hoe waar dit ook is, ik begrijp dat je dat niemand kunt opdringen. Maar ik wens het hen wel toe. Dat een knipogend begripvol hart ook echter hun deel mag zijn, misschien een eerste teken dat mensen in Godsnaam laten zien dat ze niet aan je voorbij zien. 

Voor al deze mensen past in mijn ogen geen gelukkig kerstfeest, maar ik bid dat het komen van de Heer in alle eenvoud, duister en ontluisterende omstandigheden hen dichter bij de Bron laat thuis voelen. Iets waar menigeen door de zogenaamd goede, fijne, en prettige omstandigheden eigenlijk snel aan voorbij (kunnen) zien.

Vriendelijke groet,

deken Th. v. Galen 

  

Federatievelletje

Als bijlage vindt u een kijkje op wat we noemen: de federatie. Een samengaan van kerken en parochies die dezelfde priesters delen en onder een door het bisdom benoemd bestuur staan. Dit samengaan is geen werken aan een eenheidsworst. Zo zien we onze taken niet. Daarvoor zijn de wijken toch vaak gekend door “iets eigens”. Wat dat ook soms ook mag zijn. Net zoals ook steden hun eigen karakter hebben, is het parochieleven nooit overal identiek. Waar we iets gemeenschappelijks hebben of moeten zien te krijgen, daar ligt er wel eens een weg te gaan, met alles wat doorgaans minder wordt in de kerk- en geloofsbeleving.

Op dit moment leidt de deken 2 federaties sinds hij ook benoemd werd voor de Moeder Anna en de Molenberg per 1 oktober jl. Het lijkt nog te vroeg om beide federaties tot één terug te brengen, hoewel dat voor de toekomst natuurlijk wel eraan zit te komen. Het gevoel van de parochianen neigt zeker nog niet naar het besef dat we één parochie zijn welke centraal wordt aangestuurd. Veel geschiedt nog vanuit de bekende achtergronden: overal is nog alles ‘eigen’.

Samenwerking begint met al eens ‘over de grenzen te kijken’. Hoe lastig dat is klinkt uit de monden van mensen die zich afvragen: wie is nu onze “eigen”pastoor. Deze achterliggende wens stamt uit de tijd dat elke kerk een eigen pastoor had. Wie voorheen voor een H. Mis werd gevraagd om ergens uit te helpen, te vervangen, deed dat van harte, maar wist zich op vreemde bodem, als gast. Nu voelt het voor het aantal door het bisdom benoemde priesters die al langer in dienst zijn en de oude tijd gekend hebben als : overal wonen en nergens thuis. Voor de jonger gewijden kan dat al anders liggen want ze weten niet anders. Iets wat we ook bij de parochianen tegenkomen. Sommigen verkassen makkelijk naar een naburige kerk, waar de oudere en getrouwe kerkganger blijft steken. Waar een mis vervalt zegt men: ze hebben me de kerk afgepakt. Dat er 300 tot 500 meter verder wel een dienst wordt gedaan, is dan aan hen niet meer besteed.

Waar diezelfde ouderen de kerk nog geldelijk flink steunen met het deelnemer zijn aan de kerkbijdrage, waardoor een kerk onderhouden wordt, zien we nauwelijks belangstelling bij de mensen onder de 50/55 jaar. Dat betekent dat we afstevenen op een toekomst, waar grenzen wel móeten gaan wegvallen.

Kortom: leven genoeg…. in de ogenschijnlijk stervende kerken.

 

Onze mooie Kerststal is 1ste en 2de Kerstdag tot 16 uur te bezichtigen en dagelijks van 09 uur tot 12 uur.

 

Zoeken