Parochienieuws 31 augustus - 29 september 2013

Hoe verder weg, hoe dichter bij.

Toen deze zin klonk uit de mond van een acoliet in de sacristie, ontrafelde zich een heel beeld voor mijn ogen.
Zeker ook omwille van de vakantietijd van dat moment. Want als kinderen op vakantie gaan, willen achterblijvers weten of hun dierbaren goed aangekomen zijn. Ga ik op bezoek bij mensen, vertellen ze dat hun zoon/dochter en gezin daar en daar nu verblijven. En geven er blijk van te weten wat er te zien valt, hoe het actuele weer is, dat iedereen nog goed gezond is. Het komt nog steeds voor dat men een pitje heeft branden bij een Mariabeeldje of H. Hart, ”opdat maar alles goed mag gaan”. De afstand welke door het vliegen of autorijden geschapen is, voelt men. De lichamelijk afwezigheid van dat moment, vertaalt men in vele gedachten in het hart. De terugkeer wordt een warm welkom met uitwisseling van de ervaringen.
Dit fenomeen, hoe verder weg hoe dichter bij, komt vaker voor. Want samenleven is niet altijd eenvoudig. Wie dicht bij elkaar optrekt in het leven leert ook de kleine kanten van iemand kennen. En kleine kanten brengen ook wel eens kleine of grote ergernissen met zich mee. Deze worden wel eens voelbaar en maakt men zichtbaar en hoorbaar in woord en daad. We zitten dicht bij elkaar, maar dat betekent niet altijd dat we gevoelsmatig dicht bij elkaar zijn.
Ook zien we dat het tussen mensen vaak heel goed gaat wanneer ze elkaar niet te vaak zien. Dan blijft er een vreugde als men elkaar wel spreekt en treft.
Helemaal geldt dat na het overlijden van iemand. Als alles wegvalt, merkt men hoezeer men aan elkaar gehecht was. Alle kleine kanten vallen weg, en men mist de beslommeringen, zelfs “het gesteggel” of domme gewoonten mist men. De last van de zorg welke zeker op de schouders een flink gewicht legde, wordt gemist: “Was hij/zij er nog maar, ik zou er alles voor over hebben”. Ook als het wel eens anders klonk tijdens de zware dagen van inzet en zorg. Deze afstand is op het eerste oog onoverbrugbaar. En het gemis des te groter. Dagelijks zijn we met die dierbare bezig, herinneren ons zoveel en koesteren die gedachten en gebeurtenissen. We kijken naar foto’s, film, lezen brieven of spreken erover. Hoe verder weg, des te dichter zijn ze bij ons.
Hetgeen we kunnen doen tijdens vakantie of na verhuizing is: skypen, sms-sen, bellen of mailen.
Wat kunnen we doen na overlijden om elkaar “te ontmoeten”? Mij lijkt dat verbondenheid in God door zijn aanbod van eeuwig leven, een heel goede weg kan zijn, welke we met gebed inhoud en voeding geven.
Dat weet menigeen en beleeft het ook. Steken we daarom niet graag een kaarsje op, bezoeken de eucharistie om dat te ontvangen onder tekenen wat onze lieve doden mogelijk al met de ogen zien en beleven: het Lichaam van Christus. Moge Hij, de goede Jezus, bron van verbondenheid blijven…of worden.
Met dank aan Hub, die deze zin uitsprak: hoe verder weg, hoe dichter bijeen.

Vriendelijke groet, deken Th.v. Galen          

 

Zoeken