Parochienieuws 1 juni - 30 juni 2013

Over zin – onzin en zintuiglijkheid

Hebt u elke dag bij het ontwaken “zin” in de dag die gaat komen? Waarschijnlijk zal dat afhangen van wat u verwacht, wat op het programma staat. Ieder kan zich zaken bedenken en kennen welke ons makkelijk uit bed laten springen. Maar het omgekeerde is ook waar. Je ziet ergens tegen op, omdat het zwaar is, of lastig of taai en saai….En of de zon wel of niet schijnt….. Het is wel zeker van belang wat of wie je op een dag gaat ontmoeten. Op weg naar of met een aangenaam iemand is geheel anders dan wanneer je aan een vervelend iemand tijd moet besteden. Een feestje is anders dan een lastige vergadering. Waar we onze “zinnen” op zetten, kan wel degelijk bepalen of we mét of zónder tegenzin uit bed stappen. Zintuiglijkheid (= wat je voelt, hoort, ruikt en ziet) speelt daarbij vaak een grote rol. Bewijs hebben? Wie mensen gaat ontmoeten en de aandacht wil trekken zal zich “bekleden” met een lekker geurtje uit een duur flesje. Iets wat we niet aanbrengen wanneer we de badkamer en het toilet gaan poetsen en de tuin ontdoen van onkruid. Heel vaak spelen mensen in op de zintuigen. Kijk ook maar eens naar posters en reclamekiekjes.
De grote bisschop Augustinus schreef over zichzelf over zijn jeugdjaren: “Ik leefde in mijn zintuigen, dat wil zeggen: Ik leefde in mijn buitenkant”. Net als wij wist ook hij dat we niet zonder zintuigen kunnen. Die hebben grote waarde. Vraag dat maar eens aan iemand die niets meer ruikt en proeft wat eten nog voor hem of haar betekent!
Maar Augustinus ervoer ook dat een mens met zijn rusteloos zoekende zintuigen zichzelf kan kwijtraken. Hij beschrijft het als volgt: “Ik werd leeg van binnen, ik werd voor mezelf een land van gebrek”.
En aangezien God aan onze zintuigen ontsnapt, vraagt hij zich af: “Waar was ik, toen ik U zocht?” Wij zouden daarop nu simpel antwoorden: dan ben je ín de wereld en van de wereld.
Nu weten we dat de zintuiglijke wereld vergankelijk is en hard tegelijk. Ben je jong en aantrekkelijk, zakelijk succesvol en gevierd, heb je geen gebrek aan “vrienden”. Je wordt opgezocht, geraadpleegd en erbij gevraagd. Ben je oud(er), ontdaan van de uiterlijke aantrekkelijkheid en zit je met beperkingen in een kamertje te wachten op bezoek, een vriendelijk woord en gebaar, dan kan het akelig stil worden.
“De wereld” bemint je niet meer, soms lopen je eigen dierbaren een straatje om. Wie bemint ons dan nog werkelijk? Dat is toch levensbehoefte nummer 1!
Ondanks alles, wat we ook niet goed deden, God bemint ieder mens. Of we succesvol waren of niet. Hij, God, zoekt ons te verrijken met zijn liefde! Maar wie blijft steken in het zintuiglijk leven alleen, zal altijd weer leegte oogsten, en vullen we onze ogen, maag en hart met vergankelijke vreugden. Dat kan een mens een tijdje lang volhouden, maar niet eeuwig. Dus waarom niet elke dag uit het bed gestapt in het Licht van Zijn Zinvolmakende Aanwezigheid?

Vriendelijke groet, Deken Th.v. Galen

Dank u wel

Voor mij is het nog altijd een vreugdevolle verassing dat ik op de kerkelijke feestdag van Pancratius mijn levenslichtwording gedenk. Dat mensen dat intussen weten en daarvan blijk geven middels gelukwensen en beste wensen voor het nieuwe levensjaar, is overweldigend. Vanaf deze plaats wil ik graag een dank u wel laten klinken jegens ieder die dit op welke wijze ook liet blijken.

Deken Th. v. Galen

 

Zoeken