parochienieuws 4 mei - 2 juni 2013

Over leunen en steunen

Je hebt er als kind in het begin helemaal geen benul van, het is gewoon zo: je steunt in alles op je ouders. Alles wat je bent, hebt en kunt, kan omdat ze zich ervoor inzetten. Niet alleen materiële gaven, maar ook geestelijke: tijd, liefde, aandacht, zorg en offers worden gebracht en gegeven. Niets is hen - normaal gesproken - teveel, ook al is het wel eens lastig. Gaandeweg hopen ze – met het groeien in jaren en krachten – dat ze op hun beurt eens op hun kind een beroep kunnen doen. Je krijgt vragen en opdrachten, aangename en ook minder prettige dingen. Dat laatste vooral ook dan wanneer je je eigen wensen even aan de kant moet zetten. Het begint al met de kleine opdrachten: tanden poetsen en naar bed, op tijd. Het “ja mam, ja pap” klinkt dan ook in verschillende toonaarden. En dat naroepen: “En niet meer lezen (vroeger) en laat je iPhone beneden (nu)” klinkt al helemaal onplezierig en zeurderig. Langzaam verdwijnt het leunen en wil men ook op iemand leren steunen…maar dat valt ons niet makkelijk. Het “voor wat- hoort wat” maakt het wel eens eenvoudiger….
Geldt dat niet ook voor een huwelijk? Dat men graag de weldaad van de ander ervaart? Is het niet fantastisch als je op je partner helemaal kunt bouwen, op de woorden en de daden? Zeker zal er een tijd zijn waarop dit fluweelzacht aanvoelt. Je bestaan raakt erdoor verrijkt. Zoals je als kind graag op zag naar je ouders, zo zien mensen in een vaste relatie toch ook graag naar de ander op. Maar ook hier komt de tijd dat leunen afgewisseld wordt met steunen….onbaatzuchtigheid is gevraagd. Makkelijk als er ware liefde is. Moeilijk als de eigenliefde me niet meer los krijgt van het zitten op fluwelen kussens.
Zou het bedrijfsleven, onderwijs en zorg dat ook niet nodig hebben? Dat we volwassen mensen hebben, mannen en vrouwen, die niet alleen komen om te graaien, te snaaien en zichzelf te verrijken, maar om steun te geven aan een opdracht, een bedrijf, een zending?
Om dat echt te kunnen hebben we steun nodig. Want vanzelfsprekend is dat niet, zo leert de mens zichzelf en vooral zien we dat bij de ander. Leven naar het motto: “Als ik het maar heb” ligt zo voor de hand.
Wat leert echter de volksmond: “Wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft”. U zult met mij het leven pas echt de moeite waard vinden als we niet voortdurend in ons ik-gericht denken en doen blijven steken. Onbaatzuchtigheid, gastvrijheid en dienstbaarheid worden verlangd. Als er voor en tussen mensen echte liefde is, zal de liefde helpen.
En als die er niet is? Verdroogt dan de werkelijke vreugde uit de samenleving? Waarschijnlijk wel, slaven als we zijn van het zoeken van eigen geluk, voldoening en bevrediging.
Goddank is er een oefenmeester met een eigen school: Jezus aan het woord in uw binnenkamer, in uw hart en geweten. Woorden en levenswijsheden en voorbeelden vinden we in het Nieuwe Testament. Op Hem leren we leunen, zodat we ook anderen kunnen steunen. Dat is nu godsdienst. En als we veel gelijkgezinden hebben, krijgen we weer een kerk die er toe doet. Nu is dat in onze streek even niet zo…
En voor wie nog bidt: bid met onze Paus Franciscus om onbaatzuchtige herders, zoals hij vroeg in zijn preek bij een priesterwijding. Dat mensen weer op hen kunnen steunen en ertegen aan kunnen leunen.

Vriendelijke groet, deken Th.v. Galen

 

Zoeken