Parochienieuws 1 september - 30 september 2012

Maak kennis met uw bekende “onbekende..”

Meestal in situaties welke we niet echt aangenaam vinden omdat iemand dwars ligt, iets onverwachts doet dat hard aankomt roepen we: “Wat bezielt jou?” Frappant is bovendien dat er heel vaak achteraan wordt gezegd: “in godsnaam”. Dan klinkt het uit veler monden: ” Wat bezielt jou in Godsnaam?”
Daarmee leggen we zelf uit dat we “onze ziel” met God verbinden. Niet dat we daar massaal over nadenken! Noch over onze ziel, noch over God. Op momenten dat het ons wel eens benauwd om het hart wordt of we iets geheel niet begrijpen, komen deze kernbegrippen naar boven.
Beiden zijn ons onbekend: zowel ziel als God. Dat we kennelijk met een ziel rondlopen leert het gezegde: “Die loopt met zijn ziel onder de arm?” Wanneer iemand zich verveelt, geen kant op weet te gaan, geen toekomst ziet, dan steekt het woord ”ziel” weer de kop op. Op het moment dat het leven afgelopen is zeggen we: “het ontzielde lichaam…”
De enige zekerheid in het leven, zo heet het in de volksmond, is belasting betalen en doodgaan!
DE DOOD is een realiteit! Hoewel veel mensen deze gedachte liever van zich afzetten, is de dood werkelijkheid. De dood is het onvermijdelijke gevolg van het feit dat men leeft!
Godsdienstige mensen stellen zich de dood vaak voor als de onontkoombare laatste sprong in het onbekende – in het hiernamaals met zijn hemel, hel en vagevuur. Wat zijn leven en dood eigenlijk? Is het geen tijd dat wij eindelijk te weten komen wat de mens werkelijk IS en of er enige hoop is op een leven na de dood?
De filosofen van de Oudheid (echt voor-christelijk dus) leerden dat al de mens in wezen een onsterfelijke, geestelijke 'ziel' is, ondergebracht in een tijdelijk lichaam van vlees – dat de werkelijke mens niet het lichaam is, maar een onzichtbare, onstoffelijke 'onsterfelijke ziel' die denkt, hoort, ziet en die eeuwig bewust zal blijven voortbestaan. Volgens hun speculaties verlaat de ziel op het tijdstip van overlijden het lichaam en reist naar een ondefinieerbaar rijk, mogelijk een paradijs of een plaats van bestraffing. Het lichaam, zo stelden zij terecht vast, gaat naar het graf.
Nog steeds staan er mensen rondom ons, die uiterlijk alles ‘mee’ hebben. Zoals er zijn: schoonheid, relaties, geld en goed, graag gezien op feestjes en partijtjes. Toch kunnen ook dat zaken spelen als innerlijk onvoldaan, onrustig, ontevreden. Hebben alles wat een mensenhart kan begeren en toch niet gelukkig. Misschien omdat men aan de ziel geen voedsel heeft gegeven. Dat “unieke zijn” van ons vraagt immers ook om voedsel: geestelijk voedsel. Zoals priesters vroeger ook zielenherders wilden zijn en waren. Het feit dat ze nu meer en meer ook managers moeten zijn, ontslaat hen- goddank -niet van die hemelse opdracht zorg te dragen voor de ziel van de mensen.
Wie of wat geeft voedsel aan mijn ziel? Aan mijn meest intieme ik, mijn meest bekende onbekende, die pas echt de kop op steekt als ik me zielig voel? Als u Gods Geest zoekt en een kans geeft, bent u al een heel eind op weg…
Hartelijke groet,

deken Th. v. Galen

Zoeken