Parochienieuws Maart 2011

Er wordt massaal “aanbeden”

Kent u dat woord aanbidding (nog)? We schilderen u even het plaatje ervan. Een priester (of diaken) komt uit de sacristie, bekleed met een feestelijk gewaad (de koormantel). Op het altaar staat een “Monstrans”, een deftige houder voor het erin opbergen van een grote Hostie. Omdat we Jezus daarin aanwezig weten, knielen we en gebruiken aan het begin en einde wierook om die Goddelijke aanwezigheid in het Allerheiligste te onderlijnen. En we zingen een feestelijk lied als eerbetoon. Ik moet dit even proberen uit te schrijven omdat hele generaties er geen bal meer van weten of snappen. Hoe kan ik dan schrijven en beweren dat er massaal aanbeden wordt? Simpel, ik kijk niet naar de kerk maar naar bijvoorbeeld de “zonaanbidders”. Mensen die in onze wintermaanden de zon over zich laten schijnen elders in de wereld, getuigen daarvan met hun bruine toet. Tenzij het zonnebankers zijn natuurlijk. Maar u merkt: die aanbidding van de zon laat sporen na. Dat geldt eigenlijk voor alle vormen van “aanbidding”. Mensen maken makkelijk veel tijd vrij voor iets of iemand waar ze zich bij thuis voelen, bij aansluiten, het zich laten welgevallen. Mensen die de carnaval “aanbidden” zijn al volop bezig: maken plannen, maken kleren voor die dolle dagen, gaan naar bals en revues, leren de (nieuwe) Schlagers, sparen voor de naderende uitgaven. Anderen worden hemaal heet en opgewonden als ze de kriebels krijgen om te gaan shoppen. Meestal kan dat uren duren en dan krijgen ze er nog geen genoeg van. De koopjes zijn dan voor het thuisfront “niet duur” en daarmee is de aanbidding van het shoppen/kopen gerechtigd en wekt een “vrome” indruk. Weer anderen genieten van terrasjes, koffiezaken en gelegenheden waar ze met volle teugen zich verheugen over ontbijtjes, gebak of lunch tot dinertjes toe. Grote menigten “aanbidden” het aanbod op de woonboulevards, de autoshows, de sportevenementen of de concerten. Men maakt er ruim tijd voor vrij, “bewondert”, “aanbidt”, “bezingt en bejubelt de favorieten”, “siert met aankopen zichzelf of het huis ermee of de tuin vertoont sporen van dankbaar koopgedrag”, men gaat diep door de knieën in de sportscholen waar inspanning en pijn betekent dat het lichaam er beter van wordt zodat we naderhand “bewierookt “ worden als men ons zegt: wat zie je er goed uit! U ziet, alles wat we aanbidden laat zijn sporen na. In en óp het individu, in onze omgeving, in onze organisatie, in onze samenleving. Gelukkig zij die in hun relatie hun eens gekozen partner nog aanbidden met de ogen van de eerste liefde. Gelukkig zij die door zoveel aandacht en lofprijzing zich extra gesteund weten door hun dankbare fans die telkens weer terugkeren. Gelukkig zij die van hun winkels en (muziek- en sport-) helden veel inzet ontvangen om de ontmoeting weer perfect te maken. Ik denk daar wel eens aan, als we met een handje vol mensen, aanbidding houden bij Hem die ons troost kan geven en energie en inzicht en wijsheid en rust en vrede. Wat zou het zijn en betekenen als Dé Heilige iets van zijn glans op ons zou kunnen leggen? Niet alleen om God iets te vragen, maar ook om Hem te naderen, die we straks eeuwig mogen zien.
Mogelijk kan de vastentijd u eens (extra) naar zijn Godshuis brengen.

Hartelijke groet, deken Th. v. Galen

Zoeken