MARIA LICHTMIS / OPDRACHT VAN DE HEER IN DE TEMPEL

Bij het altaar branden vandaag een heleboel kaarsjes.

Ook bij de kindernevendienst staan vandaag een paar brandende kaarsen op tafel.

 

We vragen de kinderen waaraan ze denken bij het zien van brandende kaarsen?

De kinderen noemen: gezelligheid, lichtjes, vuur, warmte, licht van Christus, kerk.

 

Het evangelie van vandaag gaat over de Opdracht van Jezus in de tempel. We horen dat Simeon, een hele oude en vrome man, al heel lang wachtte op de Messias, de Verlosser die God beloofd heeft. God heeft hem zelfs beloofd, dat hij niet zal sterven voor hij de Verlosser gezien heeft.

Simeon is in de tempel als Maria en Jozef met het kindje Jezus binnen komen. Als Simeon Kind in zijn armen neemt, wordt zijn hart vervuld met warmte en licht. Diep van binnen weet hij  opeens dat dìt Kind de Messias is. Hij getuigt dat Jezus gekomen is om een Licht voor alle volkeren te zijn.

 

Hoe kunnen wij net als Jezus, als een lichtje voor anderen stralen?

De kinderen noemen:

- Lief te zijn als anderen verdriet hebben,  

- anderen helpen die moeilijkheden hebben,

- er voor anderen zijn,  

- geen foute dingen over anderen zeggen.

 

Kan iemand een voorbeeld geven van iemand die voor jóu een lichtje was, die jóu blij en warm heeft gemaakt?

Een kind vertelt: ”Ik had ruzie thuis en was heel boos en verdrietig en toen kwam mijn zus mij helpen en nam het voor me op. Toen werd ik weer blij van binnen.” 

Een ander kind zegt: “Mijn mama maakt me blij als ik verdrietig ben.”

 

Tenslotte komen we tot de conclusie dat we iemand ook een beetje kunnen verlichten door een kaarsje voor hem of haar te laten branden. Dat kan bijvoorbeeld bij Maria. We vragen dan aan Maria of zij wil helpen.

Voor wie zouden jullie een kaarsje willen aansteken?

-“voor mijn opa die dood is ,dat hij gelukkig mag zijn bij God.”

-“voor ons gezin.”

-“voor kinderen die erg ziek zijn,  dat ze weer vlug beter worden.”

 

HET IS FIJN OM TE WETEN DAT JEZUS ONS ALTIJD ZAL VERLICHTEN ALS WE HEM DAAROM VRAGEN EN DAT HIJ ONS NOOIT IN DE STEEK ZAL LATEN.

Terug naar het overzicht met verslagen van de kinderwoorddienst

Zoeken