Wie gooit de eerste steen?

Vandaag vertelt de priester in de kerk de gebeurtenis van een vrouw die veel slechte dingen gedaan had. De mensen wilden haar straffen door met stenen naar haar gooien.

Om dit evangelie duidelijk te maken hebben we drie kleine toneelstukjes gespeeld waarin twee leerlingen (Marina en Claire) op school, samen een opdracht moeten maken. Maar het probleem begint al bij het woordje samen.

-         Bij het eerste stukje blijkt dat ze allebei geen zin hebben in de opdracht. Bovendien vinden ze elkaar helemaal niet aardig. In plaats van samen aan de opdracht te werken worden ze zelfs boos en schelden ze op elkaar.

-         Het tweede stukje: Marina is boos. Ze zegt hoe ze over Claire denkt, want ze heeft al een mening / een oordeel over Claire. Daardoor kan Claire dus eigenlijk niets meer goed doen. Claire schrikt daarvan en zegt dat zij niet weet dat mensen zo over haar denken. Daarom wil zij in toekomst beter opletten hoe zij tegen andere mensen doet.

-         In het laatste stukje zijn Marina en Claire meer open naar elkaar. In plaats van elkaar dingen te verwijten, vertellen ze elkaar wat ze niet leuk vinden aan de opdracht. Ook vertellen ze elkaar dat ze sommige dingen vaak fout doen en daar gaan ze voortaan beter op letten. Ze vertellen elkaar zelfs, wat ze heel goed vinden van elkaar!

Op deze manier lukt het hen de opdracht samen te maken.

We hebben met de kinderen besproken wat er bij elk toneelstukje anders ging.

Eigenlijk was er niets aan de hand. Want vanaf het moment dat de leerlingen toegaven dat ze allebei fouten maakten en ook naar de goede kant van elkaar konden kijken, werd het mogelijk om samen de opdracht te maken.

De mensen die in het evangelie met stenen naar de vrouw wilden gooien, gooiden eigenlijk ook met oordelen. Ze hadden de vrouw veroordeeld en wilden haar pijn doen.

In ons toneelstukje gooide Marina een steen naar Claire, zij had haar veroordeeld en wilde haar eigenlijk pijn doen. Doordat andere mensen meedoen met stenen gooien, voelde Claire zich nog minder waard, en deed de afwijzing nog méér pijn.

Zie je dit ook op school, of op andere plaatsten om je heen gebeuren?

Iemand wordt veroordeeld om bijvoorbeeld zijn huidskleur, dik zijn, rood haar hebben, of de kleren die iemand draagt?

Weten wij wel hoe die ander zich voelt door onze op- of aanmerkingen? Of blijven wij volhouden en doorgaan met ons oordeel?

Om hier deze week eens extra op te letten kregen de kinderen een presentje mee: een steen met een touwtje en een kaartje eraan.

Op het kaartje stond:

lichte  steen

Werp jij wel eens een steen?

 

Zoeken