Ons kent Ons.... deel 4

DSC 0652Corrie Quaedvlieg is na twaalf jaar verplicht gestopt met haar werk als kerkmeester van onze parochie. Ze heeft altijd de zorg voor de gezinsbijdrage gehad en dat met veel plezier gedaan, zoals ze in onderstaand interview vertelt. Wie is zij en wat bezielt haar?

 

Vertel eens wat over jezelf? Je hebt altijd buitenshuis gewerkt?
Altijd. Er waren tijden dat ik drie taken tegelijk had. Dan zat ik overdag op kantoor tot half zes en daarna stond ik voor de klas op de avondschool, waar ik les gaf in stenografie en typen. Je leert daardoor ook heel veel mensen kennen. Dat was in Heerlen, net als mijn werk overdag. Op zaterdagmiddag hielp ik vaak een vriendin in schoenwinkel Schins. Ik ben begonnen op het kantoor van het beambtenfonds van het mijnbedrijf, dat was toen boven aan de Gasthuisstraat waar nu de appartementen liggen in de bocht. Daar heb ik een paar jaar gewerkt en toen werd ik gevraagd op het notariskantoor van notaris Brouwers.
Ze had er aanvankelijk niet zo’n zin in; het werk bij het beambtenfonds was erg leuk en ze had er fijne collega’s. Ze weigerde, maar werd een jaar later gevraagd om nog eens te komen praten met de notaris. Vanuit de gedachte: “daar kan ik weer van leren” ging ze de uitdaging aan en aan de slag op het notariskantoor. Vertrouwd met de modernste apparatuur was het erg wennen aan de ouderwetse typemachine en het slechte meubilair op het notariskantoor. Kandidaat-notaris Luijten beloofde een up-to-date kantoor wanneer hij eenmaal notaris zou zijn. De uitspraak dat het dan een kantoor voor de elite zou zijn schoot Corrie echter in het verkeerde keelgat. In dat geval nam ze binnen een half jaar ontslag. Ze hield woord: na de benoeming van notaris Luijten stopte Corrie met het werk op het notariskantoor.
En daar stond ze dan, zo dapper ontslag genomen, maar zonder werk.
Geen probleem, vond haar moeder.
“Mijn moeder zei dus: dat komt goed uit. Jij wilt trouwen? Ik had nog nooit gekookt en nog nooit iets gedaan in het huishouden omdat er bij ons genoeg meisjes waren. Ik moest dus helpen in de huishouding en mijn moeder zou mij alles leren. Op maandagmorgen zei mijn moeder na het ontbijt: “zo ga jij maar eens naar boven de meisjeskamer doen”. Wat moet ik dan doen? “Nou, de bedden opmaken en de slaapkamer poetsen”.
Haar moeder was niet erg te spreken over het resultaat….
“Het huilen stond me nader dan het lachen. ’s Middags hoefde ik niet te poetsen, maar mocht ik naar de stad gaan en daar moest ik naar de slager en naar de Pancratiusbank, waar ik geld moest storten voor mijn moeder. En ik kon de deur uit: wat was ik blij. Ik kom bij de Pancratiusbank en loop daar beneden binnen. Ik was bevriend met twee dochters en de zoon van de toenmalige directeur. Die komt de hal binnengelopen en ziet mij en zegt: “maar Corrie, heb jij vrij vandaag?” Ik zeg: Ja, ik heb voor altijd vrij en begon meteen te huilen. “Wat?” Meneer van der Velden het is verschrikkelijk wat me is overkomen.” Kom eens mee naar mijn kantoor”. Ik mee naar achteren, kreeg een kop koffie en het was: “vertel nou eens”. Toen heb ik hem verteld wat er gebeurd was, dat ik thuis moest poetsen en dat ik het verschrikkelijk vond dat dat elke dag moest gebeuren. Toen moest hij lachen en zei:” ik zal jou eens wat vertellen: ik ben op zoek naar een secretaresse. Zou jij niet bij mij willen komen?” Ik zei: meent u dat echt? Ja, zei hij. Wanneer kan ik beginnen? “Morgenvroeg”, zei hij. Ik wist niet wat me overkwam. Ik had een gat in de lucht kunnen springen. Ik naar huis met mijn boodschapjes en daar zingend naar binnen. Moeder zei: “wat krijgen we nu?” Ik zeg: ik heb een baan, morgenvroeg moet ik beginnen. Maar mijn moeder vond dat helemaal niet leuk; ze was echt boos op mij. Ze vond het maar niks.” Die arme jongen die met jou trouwt”, kreeg ik te horen. Dat komt allemaal goed, mam! De volgende morgen ben ik gaan werken en ben er veertig jaar gebleven. Met heel veel plezier, ben nooit een dag met tegenzin gegaan. Pancratiusbank werd in de loop der jaren Spaarbank- Limburg en nog later SNS-bank.

 

Heb je daar gewerkt tot aan pensioen?
Nou,het was eerst werken tot 65 jaar en opeens kwam er een nieuwe regel dat we met 62 jaar de bank moesten verlaten. Ik was al voorbij de 62 en moest er uit. Maar ik moet zeggen: zo goed als die bank mij behandeld heeft dat zal ik nooit vergeten. Zeker ook op financieel gebied.


DSC 0654Een aparte wereld de bankwereld?
Nou denken veel mensen dat ik van bankzaken veel afweet, maar dat is niet zo. Ik had een secretariaatsfunctie en ik werkte voor twee directeuren. Eerlijk gezegd: er werd toen niet op de klok gekeken. Als iedereen om vijf uur weg ging…ik was nooit voor zes uur thuis. En als het nodig was dat er overgewerkt moest worden…je vond dat heel vanzelfsprekend. Je vulde dat ook niet in voor overuren. Je vond dat dat bij je taak, bij je functie hoorde. Ik heb er altijd met veel plezier gewerkt.


Wanneer kwam de parochie in je leven. Ook in die tijd?
Ja, al voor de pensionering. Want ik ben vijftien jaar op het parochiesecretariaat geweest en ik heb twaalf jaar (drie keer vier jaar) in het kerkbestuur gezeten. Vanaf het begin was ik verantwoordelijk voor de verzorging van de kerkbijdrage. Daar heb ik nu afscheid van genomen, omdat ik vijfenzeventig werd en omdat de derde periode om was en dan moet je stoppen. Je mag niet meer dan drie periodes. Maar ook dat heb ik altijd met heel veel plezier gedaan. De deken heeft mij wel gevraagd om in het parochiebestuur te blijven. Toen heb ik gezegd: “ja, zolang als het kan”.


Een heel aparte klus dat bijhouden van de kerkbijdrage
Ja. Als de mensen dat netjes doen is er niets aan de hand. Dan hebben ze bij overlijden de mis “vrij” in de kerk. Willen ze een koor, dan moet dat wel betaald worden. En als er kinderen van (het ouderlijk) huis uit trouwen dan hebben zij de mis ook vrij. Op zich is dat heel goed. Maar ja, het wordt steeds minder, net als mensen die naar de kerk gaan. Ook begrafenissen, men gaat steeds vaker naar het crematorium. Dat moet natuurlijk ook betaald worden, maar ik denk dat ze dat niet allemaal weten. Er komen steeds minder mensen in de kerk en dan mogen wij in onze kerk nog niet eens klagen. Als ik wel eens in andere kerken kom dan denk ik: laten wij maar blij zijn. Sowieso met de goede opkomst in onze kerk.


Jij werd twaalf jaar geleden kerkmeester. Zie je verschil met vandaag de dag?

Ja, niet alleen wat betreft de organisatiestructuur van de parochies. We hadden het net over de kerkbijdrage. Je krijgt de mensen ook niet meer zo snel warm voor iets. Niet alleen voor kerkelijke zaken. En ik denk dat de gezinsverhoudingen toentertijd toch iets anders lagen. Je ziet nu steeds vaker dat kinderen aan God noch gebod doen, hoewel ze ouders hebben die goed katholiek zijn en naar de kerk gaan. Dat zag je ook twaalf jaar geleden, maar niet in die mate als vandaag de dag.


Jonge mensen zullen niet snel denken aan de kerkbijdrage. Ook niet vanuit een  solidariteitsgedachte dat je, wanneer je bij een kerk hoort, ervoor zorgt dat het kan doorgaan.
Ik heb daar vaak over nagedacht: kinderen willen toch ook vandaag de dag trouwen in de kerk, een mooie bruiloft houden, mooie bruidsjurk dragen; echt een huwelijk vieren. Krijgen ze kinderen, dan worden die ook gedoopt en dan houdt het op. Het is ook allemaal anders: wij kregen vroeger godsdienstles op de scholen. Ik denk niet dat dat nu nog het geval is. Het gebeurt nu meestal buiten de school om. Soms wel met medewerking van de school. Ook het aantal communicantjes loopt hard terug. Ik vind dat zo jammer, maar denk altijd: er komt ook weer een andere tijd.


Was jij twaalf jaar geleden, toen je benoemd werd als kerkmeester, al betrokken bij onze parochie?
Niet al bij een of andere werkgroep. Ik had zo’n druk leven en niet veel tijd over om iets te doen. De kerkbijdrage heb ik naar de zaterdag gedaan omdat ik tot en met vrijdag geen tijd had. Ik had altijd van alles om handen. Ze vragen wel eens of ik mij niet verveel. Nou, dat woord ken ik niet. Omdat de deken Hein kende vanuit zijn werk in Landgraaf, kwam hij mij ook wel eens tegen. Hein was toen commissaris in Landgraaf. (Echtgenoot Hein zette zich ook op verschillende terreinen in de kerk in. Zoals bijv. de renovatiecommissie.) Je wordt voor van alles gevraagd. En we zeggen niet vlug nee.


Jullie hebben altijd van alles gedaan op het gebied van vrijwilligerswerk.
We zijn altijd bezig geweest. Dat doe je met plezier, anders doe je het niet. Op dit moment is het minimaal. Maar ik ben jarenlang penningmeester geweest van de Coriovallum Pipe Band, waarvan mijn man de oprichter is. Heb eveneens twintig jaar in het bestuur van het theater Landgraaf gezeten en ben ook een aantal jaren bestuurslid geweest van het U.V.V. in het Heerlense ziekenhuis. En niet te vergeten het bestuur van de Theresiakapel aan de Putgraaf, waar ik met heel veel plezier lid van ben geweest. Toen ik vijfenzeventig werd zei ik: nou wil ik met alles stoppen. Helemaal is dat natuurlijk niet gelukt. Ik doe tegenwoordig ook veel dingen voor mijn plezier. Zit toch nog altijd in een kookclub, los daarvan een eetclub, de golfclub, ook nog op bloemschikken en de literatuurclub.(Dat is fijn want anders kwam ik niet aan lezen toe).  Ben bovendien lid van de Ridderorde van het Heilig Graf, waarvan ik secretaris ben van de regio Limburg en dat is best veel werk.
Als ze tegenwoordig vragen of ik ergens aan mee wil werken dan durf ik nu nee te zeggen. Vroeger deed ik dat niet omdat ik dan dacht: die mensen hebben hulp nodig. Je merkt toch dat je ouder wordt. En wij zeggen: nu we nog met z’n tweeën zijn willen we ervan genieten. We hebben altijd gewerkt, altijd druk bezig geweest, altijd voor anderen. Nu moeten we profiteren; maar ik wil wel altijd gastvrij blijven.


Hoe zie jij de toekomst?
Het zal misschien nog wat bergafwaarts gaan, dat we onszelf in de haren grijpen en zeggen: waar gaat dat naar toe! Maar dan komt er ook weer een andere tijd. Een golfbeweging. In feite is dat altijd zo geweest. Ook in de kerk en eigenlijk in alles; in beroepen, ja in alles. Neem nu de hypotheken ( dat vind ik zo’n mooi voorbeeld). Hoe hoog zat een paar jaar terug de hypotheekrente? En hoe laag staat hij nu? En nu begint hij weer op te krabbelen. En zo gaat het altijd.
Ik zie de toekomst toch wel goed tegemoet.


Dan moet er m.b.t. het geloof toch wat gebeuren bij de mensen. Er is nu weinig geloof bij jonge mensen. Om wat voor reden zouden hun kinderen dan gaan geloven?
Ik denk dat geloven op zich in de mens zit. Als er iets ergs gebeurt in jouw omgeving of dreigt te gebeuren dan heb je toch heel erg de neiging om te gaan bidden? Dat zit bij de een dieper dan bij de ander, dat ligt er natuurlijk ook aan hoe je grootgebracht bent. Als je met het geloof bent grootgebracht en je doet er naderhand niets meer mee, maar er gebeurt iets ergs in je leven, dan val je toch op dat geloof terug. Daar ben ik heilig van overtuigd. Als je het niet van huis uit meegekregen hebt kun je zien wat ik al zei dat diep in een mens toch iets van geloof zit. Ik denk als we tien tot vijftien jaar verder kijken dat het er heel anders uitziet. Kijk die Pancratiuskerk blijft toch bestaan, wat er ook gebeurt.


We hadden het al over de kerkbijdrage. Binnenkort is weer de actie Kerkbalans, waarbij de mensen worden opgeroepen mee te doen aan de kerkbijdrage. Het was ook de insteek voor dit gesprek omdat jij zo veel jaar de kerkbijdrage verzorgd hebt. Je bent daar nu mee gestopt en Irene Boon heeft het van je overgenomen.
Ja, Irene heeft het overgenomen en dat is erg fijn omdat zij heel goed overweg kan met de computer. Wat ook heel belangrijk is: zij kan goed zwijgen. Je ziet en hoort nl. van alles en dan is het goed wanneer je dat voor je houdt en daar met niemand, zelfs je man niet, over spreekt. Je komt van alles tegen. Zij is heel betrouwbaar; dat is nodig in zo’n functie.


Week in week uit op zaterdag naar het kantoor van de parochie, dat is een hele prestatie. Naast het kerkmeesterschap, dat toch ook inzet vraagt.
Nu is er wat meer tijd voor leuke zaken, want “vervelen” dat woord kent ze niet!
Het is Corrie van harte gegund.

 

Zoeken